Alzheimer: als een déjà-vu
Er wordt koortsachtig gezocht naar een behandeling voor de presymptomatische fase om de ziekte van Alzheimer zolang mogelijk uit te stellen of beter nog te voorkomen. En sommigen laten zich echt niet ontmoedigen in hun zoektocht.
Michaël Donohue van de UCLA (La Jolla, CA) et al. hebben aangetoond dat een samengestelde index de prognose van klinisch normale patiënten met evenwel duidelijke tekenen van de ziekte van Alzheimer kan voorspellen. Ze hebben daarvoor gebruik gemaakt van de ADCS Preclinical Alzheimer Cognitive Composite (ADCS-PACC), een schaal om tegelijkertijd het onmiddellijke geheugen, de uitvoerende functies en de cognitieve functies in het algemeen te evalueren. De vorsers hebben de bèta-amyloïdspiegels (BA) gemeten in twee studies uitgevoerd in de Verenigde Staten en één studie uitgevoerd in Australië. De patiënten waren respectievelijk gemiddeld 75,81, 71,37 en 79,42 jaar oud. De patiënten werden ingedeeld volgens de BA-spiegel (als die bekend was) of de aanwezigheid van het apo-E4-gen in functie van de klinische aftakeling. In de Noord-Amerikaanse ADNI-studie vertoonden de BA+ patiënten een sterkere aftakeling van de cognitieve functies dan de BA-negatieve patiënten te oordelen naar de resultaten van de ADCS-PACC na 24 maanden. In de tweede Amerikaanse studie, de AIBL-studie, was het verschil na 18 maanden één punt en na 36 maanden 1,4 punten. In de Australische studie, de ADCS-PI-studie, waren de resultaten minder goed bij de patiënten met het apo-E4-gen: - 0,742 punten na 24 maanden en - 1,531 punten na 36 maanden.
Met de ADCS-PACC-schaal kan je dus de aftakeling van de cognitieve functies bij perfect normale patiënten voorspellen. Het zou dan ook goed zijn om die schaal te gebruiken in secundaire preventiestudies.