Verklaart neurogenese gering aantal herinneringen aan kleutertijd?
Al heel lang is de wetenschappelijke gemeenschap geboeid door het onderwerp infantiele amnesie, ofwel het ontbreken van herinneringen aan de eerste twee levensjaren en het feit dat we maar weinig herinneringen hebben van voor de leeftijd van zes jaar. Freud noemt het een psychisch fenomeen, een soort verdringingsmechanisme. Volgens anderen zou het vergeten van gebeurtenissen uit de jongste kinderjaren te maken hebben met de taalverwerving.
Nu denkt een Canadees-Japans team dat het een biologische verklaring van dit mysterie heeft gevonden, en dat is een primeur. De oorzaak zou de neurogenese zijn, het proces dus waarbij nieuwe neuronen worden gemaakt en dat vooral in de kinderjaren actief is. Dat betekent concreet dat de hersenen, naarmate ze zich ontwikkelen, eerder gememoriseerde gegevens zouden uitwissen om plaats te maken voor nieuwe.
Diverse experimenten met muizen hebben de wetenschappers overtuigd. Telkens wanneer ze bij de jongste exemplaren de groei van nieuwe neuronen in de hippocampus op chemische wijze afremden, merkten de wetenschappers dat het geheugen van de diertjes verbeterde.
Toch zou dat geheugenverlies in de eerste kinderjaren volgens de auteurs van de studie gunstig zijn voor de hersenen, omdat mensen op die manier alle nutteloze details over hun leven overboord kunnen gooien en enkel belangrijke gebeurtenissen hoeven te onthouden.
(referentie: Science, 9 mei 2014, DOI: 10.1126/science.1248903)