Alzheimer: niet altijd geheugenverlies
Bij onderzoek van de hersenen van 1.820 alzheimerpatiënten hebben neurowetenschappers van de Mayo Clinic onlangs een atypische vorm van de ziekte ontdekt waarbij de hippocampus wordt gespaard. De hippocampus is de zetel van het geheugen. Vaak wordt de diagnose niet gesteld. 11% van de patiënten met de ziekte van Alzheimer zou die vorm vertonen. In de VS betekent dat dus een half miljoen patiënten, maar bij de helft ervan zou een verkeerde diagnose worden gesteld.
Die variant wordt "hippocampussparende ziekte van Alzheimer" genoemd en hij wordt vooral gezien bij mannen. De ziekte treedt veel vroeger op dan de klassieke vorm en de aftakeling blijkt veel sneller te verlopen. Ze vertonen soms bizarre symptomen zoals woede-uitbarstingen, verandering van het sociale gedrag, het gevoel dat hun ledematen hun niet toebehoren en gecontroleerd worden door een "vreemde" kracht, gezichtsstoornissen zonder oogaantasting en taalproblemen zonder stem- of gehoorproblemen, maar veel van die patiënten hebben een bijna normaal geheugen.
ß-amyloïd en tau, de twee eiwitten die respectievelijk plaques en tangles vormen, spelen ook een rol bij die variant, maar wat verschilt, is de ligging van het tau-eiwit: dat wordt in grotere concentratie teruggevonden in de strategische zones van de cortex en niet in de hippocampus. Dat verklaart het verschil in symptomen. De auteurs van de studie raden de artsen dan ook aan daar goed op te letten als ze een diagnose stellen. Volgens prof. Melissa Murray is het belangrijk om patiënten met een atypische vorm van de ziekte van Alzheimer te identificeren, omdat de bestaande geneesmiddelen misschien beter kunnen werken bij die patiënten dan bij patiënten met een klassieke vorm van alzheimer.
(referentie: EurekAlert, 1 mei 2014)