Steven Laureys : "De PET-scan heeft een diagnostische maar ook prognostische waarde bij comapatiënten"

Prof. dr. Steven Laureys, directeur van de Coma Science Group van de ULg en neuroloog aan het CHU van Luik, onderzoekt in hoeverre een PET-scan kan voorspellen of patiënten in een vegetatieve toestand weer bij bewustzijn kunnen komen. Na de publicatie van de resultaten van zijn onderzoek in The Lancet van vorige week heeft Specialistenkrant een gesprek met hem gehad.
Steven Laureys heeft met die studie een lange weg afgelegd. "Al meer dan vijftien jaar proberen we met alle mogelijke en denkbare middelen een beter inzicht te krijgen in wat er zich afspeelt in de hersenen van patiënten die een coma overleven. In het begin deden we dat met de Cyclotron. De patiënt werd met de ziekenwagen van het CHU naar de Cyclotron gevoerd. Daarna hebben we aangetoond dat het energie- en het glucosegebruik kunnen worden gemeten met een PET-scan en dat een PET-scan ook leert of er al dan niet sprake is van bewustzijn. Onze bevindingen werden door anderen bevestigd en nu voeren we routinegewijs een PET-scan uit in het CHU. Dat is dus een mooi voorbeeld van translationeel onderzoek: met één been sta je in de universiteit met de Cyclotron en met het andere in het ziekenhuis, het CHU."
Prof. Laureys en zijn team zijn hun studie gestart in 2008. De studie heeft 4,5 jaar geduurd. De studie werd volledig uitgevoerd aan het CHU van Luik, maar niet alleen bij patiënten van het CHU zelf, maar ook bij patiënten die naar het CHU werden verwezen door andere Belgische of buitenlandse ziekenhuizen (Frankrijk, Italië, Zwitserland ...). De studie werd uitgevoerd bij 126 patiënten. De patiënten werden gedurende een week in het CHU opgenomen voor allerhande onderzoeken.
CRS-R goed, PET-scan nog beter
"We hebben de initiële diagnose van de arts van de patiënt vergeleken met onze diagnose op grond van de comarecuperatieschaal (CRS-R). Wij hebben die schaal aangepast en in meerdere talen vertaald en er bestaat nu een terugbetalingscode voor die schaal. De schaal werd elke dag van de week ingevuld. Zo hebben we kunnen aantonen dat bij een derde van de patiënten een verkeerde diagnose was gesteld. Ze kwamen met het etiket "vegetatieve patiënt", ik zou veeleer zeggen "niet-reagerende patiënten", maar de CRS-R leerde ons dat er wel degelijk tekenen van bewustzijn waren", legde Steven Laureys uit.
Maar zelfs bij gebruik van een goede schaal leren een PET-scan en functionele MRI dat nog een derde van de patiënten tekenen van bewustzijn vertoont die we niet opmerken bij gebruik van de CRS-R. "De PET-scan zou dan ook een belangrijke aanvulling kunnen vormen op de klassieke gedragsevaluaties om na te gaan of vegetatieve, niet-reagerende patiënten op lange termijn zouden kunnen herstellen", lichtte prof. Laureys toe.
Prognostische waarde
"Bij de 'vegetatieve' patiënten die klinisch niet reageerden en bij wie er tekenen van bewustzijn werden vastgesteld met een PET-scan of fMRI, werd een jaar later een klinisch herstel waargenomen. Die beeldvormingsonderzoeken hebben dus een prognostische waarde. Alle patiënten in een vegetatieve toestand bij wie een minimale bewustzijnstoestand werd gediagnosticeerd en die het hebben overleefd, waren een jaar later weer bij bewustzijn gekomen. Alle patiënten bij wie de vegetatieve toestand werd bevestigd bij de PET-scan of de fMRI, zijn in een vegetatieve toestand gebleven. Die beeldvormingsonderzoeken hebben dus een interessante prognostische waarde", voegde de neuroloog er nog aan toe.
De PET-scan is te verkiezen boven een fMRI, maar een fMRI kan ook interessant zijn. "Een fMRI uitgevoerd tijdens mentale taken geeft informatie over de nog bestaande cognitieve vermogens en vormt dus een nuttige aanvullende techniek, maar mag niet het belangrijkste of enige beeldvormingsonderzoek zijn."
Prof. Laureys en zijn team blijven verder werken en gaan nu de CRS-R vergelijken met andere tests (eeg, geëvoceerde potentialen, TMS/eeg enz.).