Alzheimer: cafeïne als remedie

Meerdere epidemiologische studies hebben aangetoond dat er een verband bestaat tussen regelmatig koffie drinken, ook in kleine hoeveelheden, en een lager risico op achteruitgang van de cognitieve functies bij het verouderen of als gevolg van de ziekte van Alzheimer. Franse en Duitse vorsers hebben dat verband nu bevestigd. De vorige studies hebben vooral het effect van cafeïne op het bèta-amyloïdeiwit onderzocht. In deze studie hebben de vorsers het effect onderzocht op de letsels die worden veroorzaakt door ophoping van het tau-eiwit in de neuronen. Het tau-eiwit is ook specifiek voor de ziekte van Alzheimer.
Genetisch gewijzigde muizen die dergelijke letsels ontwikkelen, hebben gedurende tien maanden dagelijks een kleine hoeveelheid cafeïne per os gekregen. De toegediende dosis (0,3 g/l drinkwater) kwam overeen met een hoeveelheid van twee kopjes koffie per dag bij de mens. Dat volstond om het optreden van afwijkingen van het ruimtelijke geheugen te verhinderen, om de fosforylering en tau-fragmenten te verminderen en om meerdere markers van ontsteking en stress in de hippocampus te verlagen.
Volgens dr. Christa Müller is het werkingsmechanisme van cafeïne nog niet duidelijk. Een mogelijk mechanisme is remming van de adenosinereceptoren, en meer bepaald van de A2A-receptoren, door de cafeïne. Daarom hebben de auteurs MSX ontwikkeld, een specifieke A2A-receptorantagonist. MSX gaf goede resultaten bij muizen die een genetische aanleg tot ontwikkeling van de ziekte vertoonden, was daarbij efficiënter dan cafeïne en veroorzaakte slechts lichte bijwerkingen.
(referentie: Neurobiology of Aging, 31 maart 2014, DOI:10.1016/j.neurobiolaging.2014.03.027)