Hiv-infectie en microstructuur van het bot - Fracturen voorkomen
Dankzij een tritherapie is de levensverwachting van hiv-positieve patiënten nu bijna even goed als die van de algemene bevolking. Het virus en in mindere mate de antiretrovirale behandeling zouden een vroege osteoporose veroorzaken en het fractuurrisico verhogen. Is een sterkere preventie wenselijk bij die patiënten?
De prevalentie van osteoporose bij hiv-geïnfecteerde patiënten verschilt van 3% tot 22% naargelang van de studie en het fractuurrisico is 2- tot 4-maal hoger dan in de algemene bevolking. Daar worden twee verklaringen voor naar voren geschoven: het virus zelf en de antiretrovirale behandeling. De risicofactoren voor osteoporose zijn net zoals bij gezonde mensen de leeftijd, een lage BMI, een vroegere behandeling met corticoïden, roken, alcoholisme, een familiale voorgeschiedenis van femurhalsfractuur, weinig lichaamsbeweging enz. De antiretrovirale behandeling verlengt de levensverwachting van seropositieve patiënten significant. Deze studie heeft de bottoestand van die patiënten onderzocht met de vraag of het niet wenselijk zou zijn meer werk te maken van de preventie van fracturen.
Een gedaalde botdichtheid
De studie werd uitgevoerd bij 33 seropositieve mannen (gemiddelde leeftijd 64 jaar, gemiddelde BMI 25,7 kg/m², duur van de infectie 17 jaar, aantal CD4+ lymfocyten 1612/mm³) die met succes een antiretrovirale behandeling hadden gekregen (Hiv-RNA onmeetbaar laag), en 195 seronegatieve mannen met vergelijkbare demografische kenmerken als de seropositieve patiënten. De concentraties van CTX, PINP en vitamine D waren hoger in de hiv+ groep (p < 0,002) en de testosteronspiegel was vergelijkbaar in de twee groepen (p = 0,68). Bij de seropositieve patiënten was de botdichtheid van het proximale femur lager dan bij de seronegatieven (T-score - 0,7 versus - 0,4, p = 0,027), maar de botdichtheid van de lumbale wervels was vergelijkbaar in de 2 groepen. De botdichtheid van het distale gedeelte van het radius en de tibia was significant lager bij de seropositieve patiënten (p < 0,01) en die patiënten hadden ook een dunnere cortex (- 10,5%, p < 0,01).
Fracturen voorkomen
Volgens de auteurs toont die studie duidelijk aan dat een hiv-infectie op termijn afwijkingen van de microstructuur van het corticale en het trabeculaire bot veroorzaakt ondanks vitamine D-supplementen. Die afwijkingen kunnen niet worden toegeschreven aan een hypogonadisme en gaan gepaard met hogere concentraties van markers van de botturnover. Bij seropositieve patiënten van 60 jaar of ouder is dus een sterkere preventie van het fractuurrisico wenselijk.