ADHD: al heel vroeg afwijkingen ...
Kan je de prognose van heel jonge kinderen met emotionele stoornissen, angststoornissen of symptomen van ADHD voorspellen? Lopen dergelijke kinderen meer kans om later die ziekten te ontwikkelen? Noorse vorsers hebben geprobeerd om daar een antwoord op te vinden.
Er is niet veel bekend over de ontwikkeling van angststoornissen en aandachtsstoornissen met of zonder hyperactiviteit tijdens de eerste kinderjaren, ook al zijn er meerdere aanwijzingen dat die problemen al op die leeftijd beginnen. Noorse vorsers hebben twee werkhypothesen getoetst. Volgens de eerste zouden vroege tekenen van angst en ADHD op de leeftijd van 18 maanden symptomen van angst en ADHD voorspellen op de leeftijd van 3,5 jaar. Volgens de tweede voorspelt een emotionele ontregeling op de leeftijd van 18 maanden het optreden van angst én ADHD op de leeftijd van 3,5 jaar. Deze studie is een onderdeel van een grotere Noorse studie, de Norwegian Mother and Child Cohort Study (MoBa). 628 kinderen werden geëvalueerd op de leeftijd van 3,5 jaar. De gegevens van de vragenlijsten die werden ingevuld op de leeftijd van 18 maanden, werden gecategoriseerd in schalen van angst, ADHD en emotionele ontregeling. De kinderen werden continu gevolgd op tekenen van angst en ADHD tussen de leeftijd van 1,5 en 3,5 jaar.
Angstsymptomen op de leeftijd van 3,5 jaar konden worden voorspeld door vroege tekenen van angst en emotionele ontregeling. Kinderen die angstsymptomen of een emotionele ontregeling vertoonden op de leeftijd van 18 maanden, liepen respectievelijk 41% en 33% meer kans om twee jaar later angstsymptomen te vertonen. Symptomen van ADHD op de leeftijd van 3,5 jaar konden worden voorspeld door vroege tekenen van ADHD of emotionele ontregeling (stijging van het risico met respectievelijk 51% en 31%). Kinderen met tekenen van angst, ADHD of emotionele ontregeling op de leeftijd van 1,5 jaar liepen respectievelijk 43%, 30% en 34% meer kans om twee jaar later tekenen van angst én van ADHD te vertonen.
Niets is echter definitief. Het risico is wel hoger, maar de auteurs erkennen dat die stijging toch niet zo uitgesproken is. Toch is het goed om daar rekening mee te houden met het oog op bewaking, preventie en behandeling lang op voorhand. De eerste hypothese wordt dus bevestigd en de tweede slechts gedeeltelijk. Er is dus nog werk aan de winkel.