Biopertine: proof of concept
Een behandeling van de negatieve symptomen is essentieel bij schizofrenie. Biopertine lijkt een goede kandidaat te zijn.
Veel studies wijzen erop dat een geringere activiteit van de N-methyl-D-aspartaatreceptoren een rol zou kunnen spelen bij de pathogenese van schizofrenie en vooral bij de ontwikkeling van de negatieve symptomen. Glycine werkt als een coagonist op die receptoren. Uitschakeling van de glycinetransporter remt de heropname van glycine waardoor de glycineconcentratie in de synaps zal stijgen. Theoretisch zou die strategie dus kunnen helpen om de transmissie van het signaal naar de aspartaatreceptoren te verbeteren. Dat moest dan wel nog worden aangetoond.
Biopertine remt de heropname van glycine. Vorsers hebben de werkzaamheid en de veiligheid van biopertine onderzocht bij schizofrene patiënten. Ze hebben daarvoor een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase 2-studie uitgevoerd bij 323 schizofrene patiënten met overwegend negatieve symptomen. De patiënten werden in 4 groepen ingedeeld: een groep kreeg biopertine in een dosering van 10 mg/d, een tweede kreeg 30 mg/d, een derde 60 mg/d en de vierde een placebo boven op de gebruikelijke behandeling met antipsychotica.
Na 8 weken behandeling waren de negatieve symptomen met 25% verminderd bij de patiënten die werden behandeld met 10 en 30 mg/d in vergelijking met de placebo. De patiënten die 10 mg/d kregen, vertoonden de sterkste verbetering. Gezien die gunstige resultaten zetten de vorsers hun onderzoek verder, ook al gaat het enkel om een tendens en niet om een echt significant verschil. Als latere studies die resultaten bevestigen, zou biopertine weleens een behandeling kunnen vormen voor de negatieve symptomen van schizofrenie.