Als de twee ziekten elkaar vervoegen
Een originele, Deense studie heeft onderzocht of er een verband bestaat tussen zeer ernstig ziekte patiënten en het bestaan van een psychiatrische aandoening. Dat kan belangrijk zijn bij de behandeling op de intensive care, maar ook bij het verlaten van de intensive care.
Deense vorsers hebben een groep kritisch zieke patiënten tussen 2006 en 2008 onderzocht en gevolgd tot in 2009. Die patiënten werden vergeleken met twee andere groepen: een groep patiënten die tijdens diezelfde periode in het ziekenhuis waren opgenomen, en een groep mensen uit de algemene bevolking. De vorsers hebben een lijst opgesteld van de geestesziekten en voorschriften voor psychoactieve farmaca tijdens de laatste 5 jaar voor opname op de intensive care. In het totaal werden 24 179 patiënten in de studie opgenomen. 6,2% van de patiënten die op de intensive care waren opgenomen, had de laatste vijf jaar voor opname minstens één psychiatrische aandoening vertoond tegen 5,4% van de patiënten die op een gewone ziekenhuisafdeling waren opgenomen (31% hoger dus), en 2,4% in de algemene bevolking. Het gebruik van psychoactieve farmaca tijdens de laatste vijf jaar voor de ziekenhuisopname was vergelijkbaar met dat bij de patiënten die op een gewone ziekenhuisafdeling waren opgenomen (48,7% vs. 48,8%, gecorrigeerde prevalentieverhouding 0,97; 95% BI 0,95-0,99; p < 0,001), maar hoger dan in de algemene bevolking (33,2%).
Interessanter is nog het volgende. De vorsers hebben de 9912 patiënten op de intensive care zonder psychiatrische voorgeschiedenis onder de loep genomen. Het absolute risico op ontwikkeling van een geestesziekte bleef zeer laag, 0,5%. Tijdens de eerste 3 maanden was het echter hoger dan bij de patiënten die op een normale ziekenhuisafdeling waren opgenomen (0,2%), en vooral hoger dan in de algemene bevolking (0,02%). Dat ging ook gepaard met een frequenter voorschrijven van psychoactieve farmaca tijdens de eerste 3 maanden: 12,5% tegen 5,0% bij de patiënten die waren opgenomen op een gewone ziekenhuisafdeling, en 0,7% in de algemene bevolking. De auteurs voegen er evenwel aan toe dat die verschillen verdwijnen 9-12 maanden na de ziekenhuisopname.
Ze concluderen dat patiënten die aan het beademingstoestel worden gelegd, vaker een psychiatrische voorgeschiedenis vertonen. Daar moeten we dus rekening mee houden. Bij patiënten die een kritische ziekte overleven, worden de eerste maanden na het ontslag ook vaker nieuwe psychiatrische diagnosen gesteld. Het zou dus kunnen dat psychiatrische aandoeningen predisponeren tot een kritische ziekte en een tijdelijk hoger risico op nieuwe psychiatrische diagnosen en behandeling na een kritische ziekte.