ADHD-patiënten met een hoog risico op slechte therapietrouw
Een Duitse studie toont aan dat de therapietrouw het slechtst is bij mannelijke volwassenen met een aandachtsstoornis met hyperactiviteit (ADHD) die geen naaste verwanten hebben met ADHD, die een lager scholingsniveau hebben, die voor het eerst worden behandeld en die de behandeling als minder efficiënt ervaren. De cruciale periode wat stopzetting van de behandeling betreft, is de periode waarin de dosering wordt verhoogd.
Als we het hebben over ADHD (aandachtsstoornis met hyperactiviteit), denken we vooral aan kinderen. ADHD komt echter ook vaak voor bij volwassenen (prevalentie van ongeveer 2,5%). De eerstelijnstherapie bestaat doorgaans in methylfenidaat. De vorm met verlengde afgifte verbetert de therapietrouw.
Factoren die correleren met een gebrekkige therapietrouw
Een post-hocanalyse van een gerandomiseerde studie van 24 weken heeft MPH ER vergeleken met een placebo bij 241 patiënten met een ADHD. 9,4% van de patiënten gaf blijk van een slechte therapietrouw (gedefinieerd als inname van minder dan 80% van de voorgestelde behandeling). Factoren die correleerden met een gebrekkige therapietrouw, waren de leeftijd (< 25 jaar), een scholingsniveau lager dan het middelbaar onderwijs, geen familiale antecedenten van ADHD en een volgens de patiënt of observator zwakke efficiëntie van de behandeling.
Voorspellende factoren
Die laatste drie elementen voorspellen een slechte therapietrouw bij 16% van de patiënten. 17% van de patiënten had de behandeling voortijdig stopgezet, meestal tijdens de fase van verhoging van de dosering. Onvoldoende respons op de behandeling, het mannelijke geslacht en een lage scholing voorspelden het risico op onderbreking van de behandeling met een voorspellende kracht van 22,7%.