Naar grootschalige opsporing van het creutzfeldt-jakobsyndroom
In 2011 ontwikkelde een team van Britse wetenschappers een test om het creutzfeldt-jakobsyndroom op te sporen via een gewone bloedafname. Met die test konden toen 15 van 21 stalen die geïnfecteerd waren door de variant van de ziekte, geïdentificeerd worden. Dat komt neer op een doeltreffendheid van 71%. Bovendien was er geen enkel fout-positief testresultaat.
De wetenschappers hebben hun werk voorgezet met ogenschijnlijk gezonde populaties, om de test op die manier te perfectioneren en hem te kunnen gebruiken voor een grootschalig opsporingsprogramma in Groot-Brittannië. Zonder die campagne zouden gezonde dragers de bevolking namelijk blijven infecteren. Het risico bestaat dan immers dat iemand die bloed krijgt, besmet wordt via bloed dat geïnfecteerd is door het prioneiwit.
Uit een nieuwe studie, die gefinancierd werd door de Medical Research Council, blijkt dat Graham Jackson en zijn collega's nu de betrouwbaarheid van de bloedtest kunnen garanderen. Ze hebben meer dan 6.000 bloedstalen dubbelblind onderzocht. Het bloed was ofwel gezond, ofwel geïnfecteerd door het prion of een andere neurodegeneratieve ziekte. Dat is succesvol verlopen want hun test heeft geen enkel fout-negatief of fout-positief resultaat opgeleverd. Daarmee is dan ook een belangrijke stap gezet om het fenomeen stille besmetting te voorkomen. De test zou betrouwbaar genoeg zijn om een screening van risicopopulaties op touw te zetten.
(referentie: JAMA Neurology, 3 maart 2014, doi:10.1001/.jamaneurol.2013.6001)