Psychotische effecten van cannabis bepaald door ons DNA

Euforie, sterke zintuiglijke waarneming, ontspanning, motorische en cognitieve problemen, paranoia, visuele en akoestische hallucinaties, angstaanvallen... Cannabisgebruik kan bij mensen uiteenlopende reacties uitlokken, zowel op lange als op korte termijn.
Om die individuele gevoeligheid voor hetzelfde product te verklaren, hebben vorsers van het Inserm in het Centre de psychiatrie et neurosciences (centrum voor psychiatrie en neurowetenschappen) van Parijs 3.800 gezonde studenten van gemiddeld 20 jaar oud ondervraagd. Bijna een op de twee (44%) had minstens één keer geëxperimenteerd met cannabis en de leeftijd waarop die eerste keer plaatsvond, lag rond 16 jaar.
Het resultaat liegt er niet om: ongeveer een op de vijf cannabisgebruikers had tijdens dat gebruik ooit al een psychotische gewaarwording.
Parallel met deze enquête, werd bij 1.200 jonge vrijwilligers een genetisch onderzoek uitgevoerd. Het team van Marie-Odile Krebs had vooral belangstelling voor het CNR1-gen, dat codeert voor de hersenreceptor van cannabinoïden. Het is op die receptor dat THC werkt, het hoofdbestanddeel van cannabis.
Toen ze variaties van dit gen en de effecten die de jongeren gewaarworden tijdens cannabisgebruik vergeleken, stelden de wetenschappers twee dingen vast: een bepaalde vorm van het gen kwam voor bij 30% van de proefpersonen en de aanwezigheid ervan lijkt minder vaak samen te gaan met psychotische stoornissen.
(referenties: Molecular Psychiatry, 21 januari 2014, doi:10.1038/mp.2013.188, en een mededeling door het Inserm, 25 februari 2014)