Depressie laat sporen na tot in het speeksel
Een speekseltest bij adolescente jongens met lichte depressiesymptomen zou de eerste biomarker kunnen zijn voor deze ziekte die wereldwijd 350 miljoen mensen treft. Ongeveer een op de zes mensen vertoont op een bepaald moment in zijn leven een depressie.
Onderzoekers van de universiteit van Cambridge hebben gedurende een tot drie jaar de evolutie van psychische stoornissen en depressie gevolgd bij zo'n 1.800 jongens en meisjes tussen 12 en 19 jaar.
Ze maten de concentratie van het stresshormoon cortisol in het speeksel en stelden vast dat jongens met een hoog cortisolniveau en vroege symptomen van depressie 14 keer meer risico liepen om op volwassen leeftijd een ernstige klinische depressie te ontwikkelen. Meisjes daarentegen liepen slechts tot vier keer meer risico. Dat verschil in risico zou kunnen worden verklaard door het feit dat genderspecifieke hormonen niet op dezelfde manier op cortisol reageren.
Voor prof. Joe Herbert, een van de auteurs van de studie, is deze speekseltest een heel nieuwe stap in de aanpak van deze psychische aandoening.
'De test zal ons helpen gericht in te zetten op preventie en op de begeleiding van jongens in de adolescentie die het grootste risico lopen een klinische depressie te ontwikkelen', stelt hoofdauteur Ian Goodyer.
(referentie: PNAS, 18 februari 2014, DOI: 10.1073/pnas.1318786111)