Wordt intelligentie echt bepaald door ons DNA?
Voor de allereerste keer hebben vorsers een gen ontdekt dat direct gerelateerd is aan de intellectuele capaciteiten. Dr. Sylvane Desrivières, eerste auteur van de studie, stelde wel voorzichtig dat de intelligentie niet alleen een kwestie van genen is. Ze beklemtoonde voorts dat het gen waarvan sprake slechts een klein gedeelte van de waargenomen verschillen in intellectuele capaciteiten verklaart en dat het dus niet gaat om "het intelligentie-gen".
Wetenschappers van het King's College in Londen hebben de DNA-monsters en MRI-beelden van de hersenen onderzocht van 1.583 gezonde jongeren van 14 jaar, die ook een reeks tests hadden ondergaan om de verbale en niet-verbale intelligentie te evalueren.
De hersenschors van de linkerhemisfeer was minder dik bij de adolescenten die een bepaalde variant van een bepaald gen hadden. Die adolescenten behaalden gemiddeld ook minder goede resultaten op de intelligentietests.
De vorsers hebben ook ontdekt dat de betrokken genetische variant invloed heeft op de expressie van het NPTN-gen. Dat gen codeert voor een eiwit dat inwerkt op de neuronale synapsen en dus op de communicatie tussen de hersencellen. Het zou evenwel slechts 0,5% van de verschillen in intelligentie tussen de proefpersonen verklaren.
(referentie: Molecular Psychiatry, 11 februari 2014, DOI: 10.1038/mp.2013.197)