Parkinson: hoe meer vitamine D, hoe minder cognitieve stoornissen en depressie
Onderzoekers van de universiteit van Oregon wilden het verband nagaan tussen de vitamine D-waarde in het bloed en het neuropsychiatrisch functioneren van patiënten met Parkinson. Daartoe onderwierpen ze 286 personen met de ziekte aan tests om hun algemeen cognitief functioneren te meten, alsook hun geheugen en mondelinge taalvaardigheid, hun uitvoerend vermogen en hun eventuele symptomen van depressie.
Diezelfde dag werd hun plasmagehalte aan vitamine D bepaald. Van de deelnemers werden er 61 beschouwd als dementerend overeenkomstig DSM-IV en 225 als niet-dementerend.
Resultaten: bij patiënten in het eerste stadium van de ziekte die niet dement waren, werden hogere concentraties vitamine D in verband gebracht met betere resultaten op de neuropsychiatrische tests, een grotere mondelinge taalvaardigheid, betere scores op het direct en uitgesteld reproduceren van mondeling verworven informatie en minder ernstige symptomen van depressie.
"Het feit dat het verband tussen de vitamine D-concentratie en de cognitieve prestaties sterker is bij personen die niet dement zijn, wijst erop dat het efficiënter zou kunnen zijn om vroegtijdig in te grijpen, voor de dementie intreedt", aldus de auteur van deze studie, dr. Amie Peterson.
Ook al betreft het een observationeel onderzoek waarmee geen oorzakelijk verband, maar louter een verband kan worden aangetoond, toch blijkt uit dit onderzoek dat het toedienen van vitamine D een optie zou kunnen zijn in het stadium van lichte cognitieve achteruitgang of tijdens de ontwikkeling van dementie.
(referentie: The Journal of Pakinson's Disease, doi: 10.3233/JPD-130206)