De kip en het ei ...
Er is al veel inkt gevloeid over de respectieve rol van bèta-amyloïd en tau-proteïne bij de pathogenese van de ziekte van Alzheimer. Een artikel in JAMA Neurology lijkt de knoop door te hakken ...
Amyloïdplaten en neurofibrillaire tangles zijn pathognomonisch voor de ziekte van Alzheimer. Het betreft proteolytische fragmenten die een direct gevolg zijn van vernietiging van de synapsen. Volgens George Bloom, auteur van het artikel, zou het verlies van synapsen kunnen worden veroorzaakt doordat de neuronen niet in staat zijn om de axonen en de functionele dendrieten in stand te houden of door afsterven van neuronen. De specialist van Charlottesville denkt dat bèta-amyloïd en tau-proteïne nauw verweven zijn, maar dat het nu duidelijk bewezen is dat de tau-proteïne de bèta-amyloïdplaten voorafgaat. Het tau-eiwit is echter niet louter een epifenomeen van de aandoening die door amyloïd wordt veroorzaakt. Proeven bij muizen met overexpressie van amyloïdprecursorproteïnen hebben aangetoond dat bèta-amyloïd in vivo zijn toxische effecten alleen kan uitoefenen in aanwezigheid van tau. Omgekeerd werd aangetoond dat accumulatie van bèta-amyloïd geen schadelijke effecten uitoefent na eliminatie van het tau-eiwit. Tau biedt bovendien ook de mogelijkheid tot vorming van een terugkoppelingsmechanisme dat de accumulatie van bèta-amyloïd stimuleert. De twee eiwitten zouden dus een vicieuze cirkel creëren die zichzelf kan voortgeleiden zoals bij een prionziekte.
Misschien biedt dat uitzicht op de ontwikkeling van geneesmiddelen die het ziekteverloop wezenlijk kunnen beïnvloeden. We kunnen de klok niet terugdraaien, maar we zouden misschien wel het proces kunnen stilleggen. Maar waarschijnlijk hebben we daarvoor diagnostische technieken nodig om de ziekte in een veel vroeger stadium te diagnosticeren, zo mogelijk nog voor de eerste toxische effecten verschijnen.