Alzheimer: begin van biologische geneesmiddelen ...
Er zijn al veel ziekten die worden behandeld met monoklonale antistoffen. Het is dan ook logisch dat er ook klinische studies met monoklonale antistoffen worden uitgevoerd bij neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Alzheimer.
De ziekte van Alzheimer (zvA) wordt gekenmerkt door bèta-amyloïdplaten, neurofibrillen, gliose en verlies van neuronen. In preklinische studies werden gunstige resultaten behaald met solanezumab, een monoklonale antistof tegen amyloïd, maar dat kon niet worden bevestigd in klinische studies. Onlangs werden de definitieve resultaten gepubliceerd in the New England Journal of Medicine. Die twee fase 3-studies (EXPEDITION 1 en 2) werden uitgevoerd bij respectievelijk 1012 en 1040 patiënten met een lichte tot matig ernstige zvA. De helft van de patiënten kreeg solanezumab 400 mg i.v. om de 4 weken gedurende 18 maanden. Het primaire eindpunt van werkzaamheid was de score op de ADAS-cog11-schaal (een schaal van 11 items) en van de ADCS-ADL-score (activiteiten van het dagelijkse leven) na 80 weken. In de EXPEDITION 2-studie was het primaire eindpunt het verschil in ADAS-cog14-score.
Er kon geen verschil in het primaire eindpunt worden vastgesteld. De auteurs hebben zelfs een niet-significante vermindering van de prestaties vastgesteld in de EXPEDITION 1-studie; in de EXPEDITION 2-studie werd een lichte verbetering van de dagelijkse activiteiten waargenomen, maar het verschil was niet significant. Er was evenmin een verschil tussen de patiënten met een lichte en de patiënten met een matig ernstige zvA. De bijwerkingen waren vergelijkbaar en weinig belangrijk. Dus een mislukking, maar velen vragen zich af of het niet beter zou zijn om de patiënten te selecteren op stevigere biologische bases en of het amyloïd wel een goede therapeutische target is.