Cocaïne: verslaving en gedragsstoornissen
Cocaïnegebruikers hebben het vaak moeilijk om hun gedrag te controleren. Denk bijvoorbeeld maar aan de burgemeester van Toronto. Vorsers hebben onderzocht of het gebruik van cocaïne correleert met de werking van de hersenen.
Ze hebben daarvoor de gegevens van beeldvorming met magnetische kernspinresonantie en de morfometrische gegevens voxel per voxel gecombineerd. Op die manier kan je de lokale concentratie van hersenweefsels (witte of grijze stof) vergelijken. De studie werd uitgevoerd bij 33 cocaïnegebruikers en 20 controlepersonen zonder hersenaandoening. De rostrale cortex cingularis anterior van de cocaïnegebruikers vertoonde anatomische en functionele afwijkingen. Dat zou de gedragsstoornissen kunnen verklaren.