ADHD: de diagnose niet te vaak stellen ...
Het aantal kinderen bij wie een diagnose van ADHD wordt gesteld, stijgt gestaag. Er is geen risico op overdiagnostiek en dus overbehandeling?
Dat is het advies van Nederlandse en Australische vorsers in de British Medical Journal. In een lang artikel, dat je gratis kunt downloaden, tonen de auteurs aan dat de diagnose van ADHD waarschijnlijk te vaak wordt gesteld. In de VS is de prevalentie gestegen van 6,9% in 1997 naar 9,5% in 2007. In Nederland zijn de prevalentie en het aantal voorschriften tussen 2003 en 2007 verdubbeld. De prevalentie bij volwassenen in het Verenigd Koninkrijk is verviervoudigd. De oorzaak? De definitie van ADHD. Met de overschakeling van de DSM III-R naar de DSM-IV was een stijging van de prevalentie met 15% voorzien, maar dat cijfer is ruimschoots overschreden. En met de DSM-V zal dat cijfer waarschijnlijk nog stijgen. De auteurs vatten de diagnostische criteria samen en verwijzen ook naar de invloed van de industrie direct of indirect via de ouders en patiëntenverenigingen. Een direct gevolg daarvan is een onverantwoorde stijging van de uitgaven voor de volksgezondheid. De overgrote meerderheid van de patiënten wordt immers behandeld met geneesmiddelen. In de VS zou jaarlijks 300-500 miljoen dollar worden uitgegeven voor een onterechte diagnose van ADHD. En dan hebben we het nog niet over de mogelijke bijwerkingen op korte en middellange termijn en de stigmatisering van het kind of de volwassene.