Welke rol spelen vitamine D en infecties bij MS?
Waarom ligt de prevalentie van multiple sclerose in bepaalde regio's hoger? En waarom kunnen we bij die ziekte anti-CMV of EBV-antistoffen aantreffen? Heel wat studies traden de infectiehypothese bij. Maar blijkbaar moeten we ook met vitamine D rekening houden, dat niet alleen een rol speelt in het immuunsysteem maar waarvan de genen ook dicht aanleunen bij die van MS.
De etiopathogenese van multiple sclerose (MS) is nog lang niet opgehelderd. Dat er een link bestaat met het HLA-systeem is alvast erkend: het risico dat de ziekte optreedt ligt drie maal hoger bij patiënten met het HLADRB1*15-allel. Men kon ook twee genvarianten identificeren, IL2RA en IL7RA, die coderen voor interleukinereceptoren en waarvan de aanwezigheid de kans op de ziekte verhoogt(1).
Verband vitamine D en MS?
Eén van de hypothesen om de geografische variatie in de incidentie van MS te verklaren is een tekort aan vitamine D. De rol van die vitamine gaat heel wat verder dan het botmetabolisme. Zo staat het ook centraal bij een aantal immuunprocessen. Een Amerikaanse studie(4) bij 257 patiënten die twaalf jaar opgevolgd werden, toont dat de groep met de hoogste vitamine D-spiegels een 62 % lager risico heeft om MS te krijgen dan de groep met de laagste concentraties. Bovendien liggen de vitamine D-concentraties laag bij de meeste patiënten met MS, meer bepaald tijdens de vroege fase. En tenslotte hebben studies bij muizen aangetoond dat vitamine D het aantal recidieven kan verminderen en de progressie van de ziekte kan vertragen(5).