'Ik zie het voorwerp zo voor mij, maar waar is het?'
U beslist om de instrumentenkast een grondige beurt te geven en verplaatst spuiten en naalden van de linker- naar de rechterkant. Nog lang daarna zal u de linkerkant openen om een spuit te nemen... Vervelend misschien, maar de ruimtelijke herinnering aan voorwerpen helpt ons wel in het dagelijks leven.
Een Britse studie deed drie experimenten met jongvolwassenen (25 ± 5 jaar). Ze moesten daarbij tegenover een computerscherm zitten, hun werd kin vastgemaakt en hun oogbewegingen werden geregistreerd. In het eerste experiment toonden de onderzoekers één tot vijf voorwerpen samen op het scherm gedurende één tot vijf seconden. Daarna volgde gedurende een seconde een zwart beeld. Vervolgens verschenen de voorwerpen opnieuw, op een at random plaats. De proefpersonen moesten de voorwerpen terug naar hun originele plek slepen. In de experimenten twee en drie werd gespeeld met de duur van de fixatie-memorisatieperiode.
Foute plaatsingen
Het aantal foute plaatsingen stijgt recht evenredig met het aantal te onthouden voorwerpen. Het eerste voorwerp werd vaker terug naar de originele locatie versleept dan de volgende voorwerpen. Maar desondanks is de kans op mislocatie groter als er meer voorwerpen te onthouden zijn. Dat geldt ook voor het tweede, derde en vierde voorwerp. Er was dus een systematisch verband tussen de nauwkeurigheid van het geheugen en zowel het aantal te onthouden voorwerpen als de volgorde waarop ze gefixeerd werden. Ook het laatst bekeken voorwerp wordt beter onthouden en foutieve plaatsingen ervan stijgen significant met het aantal te onthouden voorwerpen. Hoe meer voorwerpen te onthouden, hoe minder vaak een voorwerp in de buurt van de originele locatie van een andere voorwerp wordt gesleept.
Link voorwerp en locatie
Niet alleen het aantal te onthouden voorwerpen, ook een langere memorisatietijd geeft een progressieve stijging in het aantal foute plaatsingen. De auteurs stellen dat dit te wijten is aan de fragiliteit van de link tussen de identiteit van het voorwerp en de locatie ervan, die in het geheugen op andere plaatsen huizen. Het voorwerp zelf wordt goed onthouden. Er is evenmin een degradatie van het ruimtelijke geheugen, want de locaties op zich worden eveneens goed onthouden. Maar de mislocaties zouden een gevolg zijn van het falen van de verbinding tussen voorwerp en locatie ervan.
Vergeten is niet weg
De studie ondersteunt het feit dat locatie en identiteit van een voorwerp op verschillende plaatsen in het geheugen zitten. Door de memorisatietijd met slechts drie seconden te verlengen, nam de kans op mislocaties van de onthouden voorwerpen echter toe, op een manier die niet kan verklaard worden door het vergeten van het voorwerp of de locatie ervan alleen. Het falen van de link tussen beide draagt bij tot het vergeten op korte termijn. Als we voorwerpen vergeten, blijkt dus dat deze niet uit het geheugen verdwijnen, maar dat de link tussen het voorwerp en de locatie ervan in de tijd afgebroken wordt...