Voorspellers suïcidepoging bij borderline?
De mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPD) vormen een goede studiepopulatie om de risicofactoren voor suïcide te bestuderen. Recidiverend suïcidegedrag en ander zelf verminkend gedrag hoort immers bij de DSM IV- diagnose van BPD. We overlopen de resultaten van een follow-up van zes jaar.
Meer dan 70 % van de opeenvolgende gehospitaliseerde en ambulante patiënten met BPD ondernam al een suïcidepoging, gemiddeld zelf drie of meer. Comorbiditeit met BPD verhoogt dat risico nog bij andere ziekten. Op populatieniveau werd BPD-comorbiditeit gerapporteerd bij een derde van de geslaagde zelfdodingen en de helft van de parasuïcidaal gehospitaliseerde patiënten.
Risicofactoren voor suïcidepoging
Baseline bestond de studiepopulatie uit 252 patiënten (gemiddelde leeftijd 29,1 jaar; 73 % vrouwen). Van hen beëindigden er 90 de zes jaar follow-up. De meeste suïcidepogingen deden zich voor in de eerste twee jaar (19 % na één jaar, 24,8 % na twee jaar). Daarna nam hun aantal snel af met de tijd. Wie een suïcidepoging deed, had significant een lagere socio-economische status, minder educatie en een minder goede sociale aanpassing baseline versus wie geen poging deed (p<0,05). Er was geen statistisch significant verschil tussen beide groepen in axis I- of II-comorbiditeit, symptomen van depressie, ernst van de ziekte, seksueel misbruik in de kinderjaren, leeftijd bij de eerste hospitalisatie of totaal aantal eerdere psychiatrische hospitalisaties.
Voorspellers over zes jaar
De prospectieve voorspellers veranderden dramatisch in de tijd. In het eerste jaar was majeure depressie de belangrijkste. Daarna was geen enkele acute stressor nog voorspellend. De Cox-regressie-analyse toont dat de beste voorspellers voor suïcidepoging over de zes jaar zijn: een familiale voorgeschiedenis van suïcide, geen ambulante behandeling, een lage socio-economische status baseline en een laag psychosociaal functioneren baseline. Protectief door een vermindering van het risico op een suïcidepoging zijn: een baseline hoge GAS-score (Global Assessment Scale) en, over de periode van één jaar en over de periode van twee tot zes jaar, het instellen van een ambulante behandeling.
Geslaagde suïcide
Over de zes jaar waren er acht doden: één door ophanging, zes accidenteel (in verband met druggebruik en alcohol) en één natuurlijke (alcoholgerelateerde pancreatitis).