Kwarteeuw ECNP drukte stempel op psychiatrie
Wenen vierde dit jaar de eerste kwarteeuw van een congres dat een onuitwisbare stempel gedrukt heeft op de wereld van de neurowetenschappen, en in het bijzonder de psychiatrie. Toch stootte het begrip neuro-psychofarmacologie 25 jaar geleden op heel wat wantrouwen en onbegrip binnen een specialisme waarin freudianen, lacanianen of volgelingen van Jung nog steeds het hoge woord voerden. Het is allicht één van de belangrijkste verdiensten van de ECNP dat zij de psychiatrie de adelbrieven van volwaardig medisch specialisme heeft verleend, door de psychiatrische stoornissen te kaderen in een wetenschappelijke context, gebaseerd op bewijzen en klinische studies. Het valt niet te ontkennen dat het congres in zijn beginjaren sterk gericht was op behandelingen via geneesmiddelen. Maar vandaag bestrijkt het een zeer breed scala aspecten van de neurowetenschappen. Die kunnen gaan van fundamenteel onderzoek tot zuivere kliniek, zonder de diagnostische of farmacologische aspecten te vergeten. In dit jubileumjaar was deze trend nog sterker merkbaar. Er waren niet alleen meer lezingen, maar ook een brede waaier van bijzonder gevarieerd thema's en een grote interactiviteit, gestimuleerd door de 'wetenschapscafés', waar sprekers en deelnemers elkaar konden ontmoeten voor een 'post-symposium' discussie rond een - uiteraard Weense - koffie.
Naar een gerichte geneeskunde in de psychiatrie
Om maar één voorbeeld aan te halen: de moleculaire aspecten van de psychiatrische aandoeningen stonden volop in de aandacht, met onder meer uiteenzettingen over het verband tussen het polymorfisme van het gen dat codeert voor de serotoninereceptoren en vatbaarheid voor depressie. Vermelden we in dat verband ook de bewijzen voor de belangrijke rol van de postsynaptische receptoren en de daarbij aansluitende farmacologische research, die zich vandaag richt op moleculen die die receptoren als specifiek doelwit hebben.
Vernieuwing en vooruitgang in de schijnwerpers
Verschillende mededelingen hadden de neuronale stamcellen als onderwerp. Een bijzonder spannende onderzoeksrichting voor aandoeningen die de naam hebben ongeneeslijk te zijn, zoals dementie van het Alzheimer-type of ziekte van Parkinson. Tot een heel ander register behoorden de sessies over pathologisch gokken, die de nadruk legden op de klinische en pathofysiologische overeenkomsten van deze aandoening met verslavingen zoals alcoholisme, of zelfs harddrugs. Uiteraard stonden grote klassiekers zoals schizofrenie en andere psychotische toestanden weer volop in de aandacht. Ze leverden gepassioneerde debatten op. Dat mocht ook gelden voor de stemmingsstoornissen, gezien de enorme vooruitgang die we recent zagen in de behandeling van bipolaire stoornissen.