Er gaat meer schuil achter tics
Het is een bekend gegeven dat tics verergeren onder stress. Sommigen onder ons konden dat misschien zelf al eens vaststellen. Het verband tussen emotie en tics is dus vrij evident. Een studie diepte een aantal aspecten uit bij kinderen.
Kinderen die tics vertonen hebben vaak nog bijkomende problemen, die een negatieve weerslag kunnen hebben op hun welbevinden en hun levenskwaliteit. Het kan daarbij gaan om aandachtstoornissen, obsessief-compulsieve stoornissen, of angst- en/of stemmingsstoornissen. Soms zullen die bijkomende problemen een grotere weerslag hebben dan de tics zelf. Het is dus zeker een goed idee even stil te staan bij dit aspect, om de kenmerken en de evolutie ervan te verduidelijken. Dat was wat een internationaal team (Nederland, Noorwegen en Zweden) heeft geprobeerd. Ze publiceerden zopas hun resultaten ter zake, onder de naam van de hoofdauteur Hoekstra (Nederland).
Vier jaar interval
Hun studie berust op de opvolging van een populatie en analyseerde het ontwikkelingstraject van kinderen met en zonder tics, 7 tot 9 jaar oud bij aanvang van de studie. De ouders en leerkrachten van de kinderen beantwoordden vragenlijsten van het type Strengths and Difficulties (SDQ) aan het begin van de studie en nog eens vier jaar later. Die vragenlijsten zijn snelle screeningtools voor gedragsstoornissen bij kinderen van 3 tot 16 jaar. Er bestaan verschillende versies van, afhankelijk van het beoogde gebruik (research, kliniek of onderwijs). Ze bestaan uit 25 vragen, die vijf domeinen bestrijken: emotionele symptomen, gedragsproblemen, aandacht, relaties met leeftijdsgenoten en sociaal gedrag. Op basis van zeer strikte criteria konden de auteurs 38 kinderen met tics identificeren binnen het cohort van de 4025 deelnemers aan de studie. Het ging daarbij voornamelijk om jongens (79,8 %). Bij deze kinderen "met tics" vertoonden er 22 of 57,9 % uitsluitend motorische tics, terwijl de overige 16 (42,1 %) zowel motorische tics als geluidtics vertoonden. De scores van die kinderen op de SDQ-vragenlijsten lagen significant hoger dan die van andere kinderen. Of de vragenlijsten ingevuld werden door de ouders of door de leerkrachten maakte daarbij geen verschil. Bij die kinderen was ook een toename van emotionele problemen merkbaar tussen hun opname in de studie (aanvankelijke vragenlijst) en hun observatie vier jaar later.
Verslechtering met leeftijd
Voor de auteurs bevestigde deze studie niet alleen het bestaan van emotionele problemen bij tics, die internaliserend of externaliserend kunnen zijn. Ze bracht ook aan het licht dat de kinderen die kampten met tics moeilijkheden ondervonden in de omgang met hun leeftijdsgenoten. En tenslotte kon hun onderzoek ook aantonen dat die emotionele en relationele problemen de neiging hebben om toe te nemen met de leeftijd. Bron: