Zenuwregeneratie van het gezichtstransplantaat
Zeven jaar geleden, op 27 november 2005, kon een patiënte, ernstig verminkt door een hondenbeet, zich voor het eerst subjectief een gezicht eigen maken dat oorspronkelijk niet het hare was. Vervolgens slaagde ze erin dit ook echt in haar lichaamsschema te integreren. Dat was volledig nieuw en grensoverschrijdend: inwerken op de psyché van de gelaatsgebonden menselijke identiteit.
Wat professor Lengelé en zijn collega's uit Amiens destijds bewerkstelligden was een echte primeur. "Het ging er niet alleen om de continuïteit van de vaten te herstellen, zodat het transplantaat kon overleven. Dat was natuurlijk wel een conditio sine qua non," legt hij uit. "Maar voor ons was het vooral van belang dat het transplantaat 'bezenuwd' zou zijn, zowel motorisch als sensorieel. Dat het autonoom in uitwisseling zou kunnen treden met de 'ümwelt', als een uniek en functioneel geheel, in staat om onderscheid te maken tussen het zelf en het niet-zelf, in staat ook om gevoelens uit te drukken in de interactie met anderen, via de subtiele mogelijkheden van de gezichtsuitdrukking. "
Geleidelijk herstel
Het team van artsen en verpleegkundigen besefte terdege hoe ingrijpend de interventie zou zijn, ethisch en menselijk gesproken, en hoeveel biologische onzekerheden aan die gelaatschirurgie kleefde. Want vóór deze première plaatsvond, wist niemand of het transplantaat zou overleven, of het niet immunologisch afgestoten zou worden, en of er op neurosensorieel vlak geen cognitieve en psychologische afwijzing zou optreden. Benoît Lengelé: "In een eerste fase bestudeerden we bij onze patiënte de destructuratie van het corticale lichaamsschema dat volgde op de gezichtsverminking, op het verlies van de motorische uitdrukking en op het wegvallen van het sensoriële uitwisselingsvlak met de externe omgeving. Via functionele MRI van de hersenen konden we geleidelijk het beeld van de gezichtszone zien inkrimpen, tot dit praktisch volledig verdwenen was binnen de corticale regio die instaat voor het onderste gezichtsgedeelte. Na de transplantatie konden we dat motorische en sensoriële beeld op de onderste Rolandische cortex ook geleidelijk zien herstellen. "
Segmentaire relatie
Professor Lengelé voerde reeds lang onderzoek uit over het gezicht. Uitgaande van embryologisch onderzoek had hij in zijn proefschrift beschreven hoe het menselijk gezicht ontstaat vanuit de hersenen. Inderdaad zullen cellen van de cefale neurale plooien de hersenen van het embryo verlaten en de verschillende verdikkingen van de gezichtszone gaan koloniseren. Daarmee geven ze aanleiding tot de skeletstructuren die samenhangen met de huidectomeren. Het gezicht staat dus ontogenetisch en blijvend in een neuronaal verband met de hersenen, via de hersenzenuwen. Voor Lengelé was het gezicht dan ook nooit een afzonderlijke entiteit, maar een gesegmenteerde structuur, waarbij die segmentatie neurologisch en neuro-embryologisch bepaald is. "Het is absoluut noodzakelijk om die neuronale band tussen gezicht en encephalon te herstellen, als we een gezicht willen heropbouwen", benadrukt prof. Lengelé. "Het gezicht is slechts het uitwisselingsvlak van de hersenen met de buitenwereld. Dat uitwisselingsvlak is intrinsiek gesegmenteerd. Het basisidee achter het uitdenken en het verwezenlijken van de gezichtstransplantatie was dan ook om een segmentaire relatie in de diepte te herstellen. Met die mening stonden we lijnrecht tegenover anderen, voor wie de belangrijkste doelstelling erin bestond één oppervlak te reconstrueren. Maar dat zou eerder een masker opleveren, dat wel geschikt is om te verbergen, maar niet om de weerspiegeling van de verminkte zone in de hersenen te herstellen. "
Neuronale interactie
Hoewel de interventie van meet af aan onmiskenbare bewijzen leverde van een aanzienlijke verbetering in de levenskwaliteit van de patiënte, sprak het Frans-Belgische team liever van een partiële transplantatie dan van een gezichtstransplantatie. "We vreesden iedereen af te schrikken met zo'n radicale benaming. Ten eerste, omdat het inderdaad niet om een volledige gezichtstransplantatie ging. De ingreep die naam meegeven leek dan ook semantisch niet correct. Bovendien wisten we niet of het eigenlijke gezichtstransplantaat opnieuw een volledig gezicht zou worden. Dat wil zeggen: een autonome, individuele en aparte entiteit, die opnieuw in staat zou zijn een neuronale interactie aan te gaan met de 'ümwelt'. Dat waren inderdaad de voorwaarden die voor ons vervuld moesten zijn om de gezichtstransplantatie werkelijk een succes te noemen. Uiteindelijk hebben al onze resultaten tezamen aangetoond dat het hier inderdaad om een gezichtstransplantatie in de ware zin van het woord ging."