Wie twijfelt aan het bestaan van primaire progressieve spraakapraxie?
Spraakapraxie onderscheidt zich van afasie en dysartrie. Personen die eraan lijden, slagen er niet in om articulatie- bewegingen doelbewust correct te produceren. Een nieuwe studie onderzocht of spraakapraxie een geïsoleerd teken van een neurodegeneratieve ziekte kan zijn.
Spraakapraxie is meestal het gevolg van een CVA in de linkerhemisfeer. Post-CVA is er geen progressieve verslechtering van de apraxie, zelfs een lichte verbetering.
Driemaal anders
Maar ze kan ook bij neurodegeneratieve ziekten voorkomen en wordt dan vaak onder de noemer afasie gerangschikt. Het begin is onduidelijk, met verslechtering in de tijd en cumulerend tot mutisme. Omdat afasie en apraxie in dit geval vaak samengaan besluit men verkeerdelijk tot de diagnose van primaire progressieve afasie (PPA), maar dat is een geïsoleerde spraakstoornis.
Klinische kenmerken
Personen met spraakapraxie maken vervormde of verkeerde articulatie- bewegingen, hebben een traag spreektempo, leggen verkeerde klemtonen, foutieve pauzes en spreken monotoon.
Beeldvorming
Voxel-gebaseerde morfometrie (meet de relatieve dichtheid van grijze en witte stof) van de grijze stof toont focale atrofie van de superieure laterale premotorische cortex en het supplementaire motorische gebied. In de witte stof stelt men een volumeverlies vast in dezelfde regio's, maar ook in de inferieure premotorische cortex en het corpus callosum. De PET-scan wijst op een hypometabolisme in deze regio's.