MS: Veneuze insufficiëntie treft geen schuld...
Bij multiple sclerose (MS) stelt men regelmatig obstructies van de veneuze flow ter hoogte van de extracraniële venen vast. Die blokkeringen van de veneuze drainage kregen de naam chronische veneuze cerebrospinale insufficiëntie. Hun aanwezigheid draagt in belangrijke mate bij tot de diagnose van MS. Zij faciliteren meer bepaald het optreden van de specifieke inflammatoire letsels bij MS. Vandaag gaat men ervan uit dat hun oorsprong voornamelijk congenitaal is, hoewel de aanwezigheid van post-traumatische of posttrombotisch letsels eveneens te overwegen valt. In 2010 vond een studie plaats bij 69 MS-patiënten die in vergelijking met de controlegroep een vertraagde of verhinderde veneuze circulatie en zelfs een reflux van de bloedstroom naar de hersenen vertoonden. De gebruikte technieken zijn gebaseerd op geavanceerde Doppler en MRI. Die vaststellingen werden ernstig genomen. Bij 65 patiënten ging men zelfs over tot een angioplastiek zoals ook gebeurt bij coronaire aandoeningen, wat interessante resultaten oplevert. Maar vandaag zijn de zaken minder duidelijk... Twee lezingen van de laatste American Academy of Neurology halen de gegevens onderuit. Bij 138 patiënten met MS versus gezonde personen of patiënten met een andere cerebrovasculaire aandoening is er geen significant verschil voor de doorsnede van de vena jugularis interna of voor de intra- of extracraniale veneuze flow. Intussen gaan de studies verder, zodat we na het congres van de European Committee for Treatment and Research in Multiple Sclerosis (ECTRIMS) (10-13 oktober, Lyon, Frankrijk), misschien een betere kijk op de zaak krijgen.