Dementie en CVA in het middelpunt van de belangstelling
Het 16de congres van de European Federation of Neurological Societies (EFNS), van 8 tot 11 september in Stockholm, had een sterk educatieve kant, met nieuw gepubliceerde aanbevelingen gebaseerd op de ervaring van de duizenden neurologen uit de 44 bijdragende verenigingen aan de EFNS-organisatie. De aandacht ging naar vijf belangrijke ziekten: dementie/alzheimer en CVA voorop, naast parkinson, epilepsie en multiple sclerose. Prof. neurologie Jean Schoenen, hoofd van een onderzoeksgroep in het Hôpital de la Citadelle in Luik, geeft een overzicht.
De algemene indruk is dat bij vier van de vijf besproken ziekten het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe behandelingen slabakt. Terwijl bij één ziekte de research snel evolueert. "Het is inderdaad zo dat alleen MS-onderzoek de afgelopen jaren een revolutie doormaakte met nieuwe, in studies gevalideerde, orale therapieën die een duidelijk voordeel opleveren", verklaart prof. Schoenen. Is er ook nieuws voor CVA? Schoenen: "We mogen zeker de anticoagulantia van de nieuwste generatie aanstippen, die een nieuw tijdperk inluidden bij voorkamerfibrillatie. Verder is nu een onderscheid gemaakt tussen een cryptogeen CVA bij een jongere patiënt en CVA bij ouderen. De etiologische rol van een patent foramen ovale blijft onduidelijk, maar studies tonen wel aan dat een sluiting van het foramen recidief voorkomt. Verder zullen de risicofactoren bij jongeren verschillen van die van de oudere patiënt, maar hierover is nog weinig geweten. "De epidemiologische gegevens voor Alzheimer zien er alleszins zorgwekkend uit, toch? "We moeten het hoofd koel houden," meent prof. Schoenen, "Het gaat hier om een ziekte waarbij preventie een belangrijke rol speelt. Inwerken op de beïnvloedbare risicofactoren, meer bepaald de vasculaire factoren, kan de incidentie al terugdring-en. We moeten er ook rekening mee houden dat de cognitieve reserve aanzienlijk is. Als we die kunnen behouden door intellectuele activiteit aan te moedigen, moeten we logischerwijze de cognitieve achteruitgang kunnen vertragen of uitstellen. De aanpak van de toekomst bestaat waarschijnlijk uit een behandeling met neuroprotectieve, trofische factoren die ervoor kunnen zorgen dat de neuronen langer overleven. " Er zijn heel wat mogelijkheden voor therapeutische interventie voorgesteld, maar wat moeten we denken van voedingssupplementen? Prof. Schoenen: "Dergelijke benaderingen zijn zinvol en worden ook ondersteund door gepubliceerde gegevens. Wondermiddelen zullen het nooit zijn. Maar we mogen wel metabole verbeteringen en een aanvullende rol bij andere behandelingen verwachten, voor zover natuurlijk de veiligheid ervan is aangetoond. " En hoe staat het met epilepsie en de ziekte van Parkinson? Prof. Schoenen: "Helaas zijn er hier maar weinig nieuwe gegevens, afgezien van aanbevelingen voor een beter beleid. " Kortom, we mochten een eerder didactisch en educatief congres meemaken, en dat mag er zeker zijn naast de scoops en de late breaking sessions...