COPD: functionele afwijkingen die al zouden kunnen beginnen in de kinderjaren
COPD is niet per se het gevolg van een snellere achteruitgang van de longfunctie op volwassen leeftijd. Bepaalde longfunctieafwijkingen zouden al kunnen beginnen in de kindertijd. Volgens een Australisch cohortonderzoek met een follow-up van bijna een halve eeuw zou de evolutie van de gemiddelde uitademingssnelheid bij 25% tot 75% van de geforceerde vitale capaciteit (FEF25-75%), die indirect de functie van de middelgrote en kleine luchtwegen weerspiegelt, daar een betere kijk op kunnen geven.
De Tasmanian Longitudinal Health Study heeft 2.314 patiënten gevolgd bij wie de FEF25-75% was gemeten op de leeftijd van 7 en 53 jaar (met tussentijdse metingen op de leeftijd van 13, 18, 45 en 50 jaar). De auteurs hebben de patiënten in zes groepen ingedeeld naargelang van de evolutie van de FEF25-75% van de kinderjaren tot op volwassen leeftijd. Drie trajecten bleken een ongunstige prognostische waarde te hebben:
1) een chronisch slechte longfunctie,
2) een longfunctie die aanvankelijk normaal was, maar onvoldoende toenam en vervolgens snel achteruitging,
en 3) een longfunctie die al tijdens de kinderjaren minder goed was dan gemiddeld en minder toenam.
De drie andere trajecten hadden een betere prognostische waarde: herstel van een aanvankelijk verminderde longfunctie, een gemiddelde longfunctie tijdens de hele evolutie en een blijvend betere longfunctie.
Persisterende afwijkingen sinds de kinderjaren correleerden sterk met COPD
96% van de patiënten met COPD op de leeftijd van 53 jaar vertoonde een van de drie ongunstige trajecten. 6,2% van de patiënten vertoonde een prognostisch zeer ongunstig traject, meer bepaald patiënten bij wie de FEF25-75% al laag was op de leeftijd van 7 jaar en nog altijd laag was op de leeftijd van 53 jaar.
Op die leeftijd vertoonde 37,5% van die patiënten COPD tegen 0,4% van de patiënten die altijd een gemiddelde FEF25-75% hadden. Na correctie voor het geslacht, het rookgedrag en het sociaaleconomische niveau was de correlatie bijzonder sterk (aOR 112, 95% BI: 42-304). Voorzichtigheid is echter geboden bij de interpretatie ervan gezien het kleine aantal gevallen in de referentiegroep.
7,3% had aanvankelijk een normale longfunctie, die echter minder toenam en vervolgens snel daalde. 21,1% van de patiënten met dat traject had COPD op de leeftijd van 53 jaar (aOR 41, 95% BI: 15-112). Volgens die studie zou een blijvend lage FEF25-75% vanaf de kinderjaren sterk correleren met de latere ontwikkeling van COPD.
FEF25-75%, een vroege merker?
Meerdere factoren tijdens de kinderjaren correleerden met een ongunstig traject, met name astma of een piepende ademhaling, allergische rinitis, een voorgeschiedenis van pneumonie of pleuritis en een geschiedenis van astma of piepende ademhaling bij de moeder. Als de vader of de moeder waren beginnen te roken voor de leeftijd van 15 jaar, was de incidentie van die trajecten ook hoger. Aangezien het een observatieonderzoek betreft, kan je er echter niet uit afleiden of het al dan niet gaat om een oorzakelijk verband.
De FEF25-75% kan echter nog niet worden gebruikt om het individuele risico op COPD te voorspellen. De FEF25-75% kan immers variëren en hangt af van de FVC, wat de interpretatie ervan bemoeilijkt, en we weten ook nog niet of de FEF25-75% meer bijbrengt dan de FEV1. Die trajecten werpen echter een nieuw licht op het natuurlijke verloop van COPD en treden de hypothese bij dat een aantal patiënten al tijdens de kinderjaren een functioneel terrein vertoont dat correleert met COPD, dus nog voor een langdurige blootstelling aan risicofactoren zoals roken. Nu moet nog worden onderzocht of risicopersonen beter kunnen worden opgespoord door meting van de FEF25-75% op jonge leeftijd.
Referentie:
Liu J, Lodge CJ, Perret JL, et al. FEF25–75% trajectories from age 7 to 53 years, associations with childhood and parental preconception factors, and midlife COPD risk: a prospective cohort study. Lancet Respir Med. 2026;14:809-819. doi:10.1016/S2213-2600(26)00163-3.