Trichophyton indotineae: opmars van een resistente tinea
Huidschimmelinfecties werden lang beschouwd als onschuldig en vlot behandelbaar, maar met de opkomst van Trichophyton indotineae staan we vandaag voor een nieuwe uitdaging. Deze dermatofyt, voor het eerst geïdentificeerd op het Indiase subcontinent, kenmerkt zich door vaak uitgebreide en terugkerende infecties en een hoge mate van resistentie tegen terbinafine. Twee recente publicaties bieden meer inzicht in de omvang van het fenomeen en de praktische gevolgen voor de dermatologische praktijk.
Ongeveer 20 tot 25% van de wereldbevolking krijgt te maken met dermatofytosen. The Lancet Microbe publiceerde onlangs een multicentrisch genoomonderzoek naar T. indotineae(1), een huidschimmel die bijzonder moeilijk te behandelen infecties veroorzaakt, en waarvan de verspreiding wereldwijd lijkt toe te nemen.
Over de continenten heen
De studie analyseerde 103 gevallen van ernstige dermatofytose bij patiënten uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Ierland, Canada en India, op basis van gegevens verzameld tussen 2018 en 2023. Van de 90 isolaten die geïdentificeerd werden als T. indotineae, bleek uit gevoeligheidstests dat er 63, oftewel 70%, resistent waren tegen terbinafine. De analyses toonden ook een sterke genetische verwantschap aan tussen de geïsoleerde schimmelstammen, die afkomstig waren van verschillende continenten. Dit ondersteunt de hypothese van een snelle internationale verspreiding vanuit het Indiase subcontinent.
Men kon verschillende mutaties aantonen in het SQLE-gen. Dit gen codeert voor het enzym squaleenepoxidase; het doelwit van terbinafine. Toch vertoonden sommige resistente isolaten géén gekende mutatie, wat doet vermoeden dat er ook andere, nog onbekende resistentiemechanismen spelen. Deze resultaten onderstrepen alvast het belang van een verhoogde microbiologische surveillance tegen een ziekteverwekker waarvan de circulatie wereldwijd in opmars lijkt te zijn.
Misleidende klinische presentaties
Een recent overzichtsartikel, verschenen in het JEADV(2), beschrijft huidschimmelinfecties met een vaak uitgebreid karakter, die veelvuldig terugkomen en bijzonder veel jeuk veroorzaken. Niet zelden zijn meerdere lichaamsdelen tegelijkertijd getroffen. Aandoeningen van het type tinea corporis en tinea cruris zien we het vaakst, maar de klinische presentaties kunnen erg divers en soms ongebruikelijk zijn. De frequente resistentie tegen terbinafine bemoeilijkt de behandeling van bepaalde patiënten. Itraconazol behoudt over het algemeen een goede werkzaamheid en is vaak het voorkeursalternatief bij therapiefalen. Ook behandelingen met voriconazol of posaconazol werden gemeld bij een aantal hardnekkige gevallen.
Het onjuist gebruik van dermocorticoïden lijkt bovendien een belangrijke rol te spelen in het verloop van deze infecties. De laesies kunnen hierdoor hun klassieke ringvormige uiterlijk verliezen en gaan lijken op psoriasis, eczeem, impetigo, cutane lupus of pityriasis rosea, wat het risico op een verkeerde diagnose vergroot. Meer dan veertig landen hebben inmiddels gevallen van infectie met T. indotineae gerapporteerd. Bij een uitgebreide, recidiverende of onvoldoende op terbinafine reagerende dermatofytose, met name bij een patiënt die naar een regio is gereisd waar deze dermatofyt voorkomt, moet voortaan gedacht worden aan een infectie met T. indotineae. Indien mogelijk kan een moleculaire identificatie overwogen worden, om de diagnose te bevestigen.
Referenties:
1.Rhodes J, Hui ST, Dellière S, et al. Emerging terbinafine-resistant Trichophyton indotineae between 2018 and 2023. Lancet Microbe. 2026;7(2):e1000-e1008.
2.Gupta AK, Susmita, Nguyen HC, et al. T. indotineae: Epidemiology, antifungal resistance and antifungal stewardship strategies. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2026;40(1):29-45. doi:10.1111/jdv.20810