Melanoom: voordeel van nivolumab bevestigd na negen jaar
Vandaag bieden we standaard, na de resectie van stadium IIIB-, IIIC-, of IV-melanomen met een hoog risico op recidief, een adjuvante behandeling aan. Uit de eerste analyses van de CheckMate 238-studie bleek dat nivolumab, ten overstaan van ipilimumab, de recidiefvrije overleving en de overleving zonder metastasen op afstand verbeterde. De definitieve resultaten van het onderzoek bestrijken intussen een follow-upperiode van minstens negen jaar.
Aan de fase III-studie CheckMate 238 namen 906 patiënten deel met een stadium IIIB-, IIIC- of IV-melanoom, na volledige resectie. Zij werden willekeurig ingedeeld in twee groepen die gedurende maximaal één jaar een adjuvante behandeling met nivolumab of ipilimumab kreeg.
Het primaire eindpunt was de recidiefvrije overleving (RFS). De belangrijkste secundaire uitkomstmaten waren de algehele overleving, de overleving zonder metastasen op afstand (DMFS) en de gebruiksveiligheid. Uit eerdere analyses was gebleken dat nivolumab een voordeel opleverde voor zowel de RFS als de DMFS. Immuuntherapie met nivolumab werd ook beter verdragen dan met ipilimumab.
Duurzaam voordeel
Na een follow-up van ten minste 107 maanden bij behandeling met nivolumab bedroeg de mediane RFS 61,1 maanden, tegenover 24,2 maanden onder immuuntherapie met ipilimumab (HR 0,76; 95%-BI 0,63-0,90). Na negen jaar was 44% van de patiënten in de nivolumab-groep recidiefvrij, tegenover 37% in de ipilimumab-groep.
Bij patiënten met een stadium III-melanoom leverde nivolumab ook een blijvend voordeel op voor de DMFS, met percentages na negen jaar van 54%, tegenover 48% onder ipilimumab (HR 0,81; 95% BI 0,65-1,00). De studie toont verder ook aan dat een kleiner percentage van de patiënten in de nivolumab-groep een aanvullende systemische behandeling nodig had tijdens de follow-up (37,3% tegenover 44,6%).
Veranderend landschap
Hoewel het risico op recidief duurzaam verminderde, bleef de algehele overleving in beide groepen vergelijkbaar, met een negenjaarsoverleving van 69% bij behandeling met nivolumab tegenover 65% wanneer ipilimumab werd ingezet (HR 0,88; 95% BI 0,69-1,11).
Deze resultaten bevestigen het blijvende voordeel van nivolumab in de preventie van herval en uitzaaiingen op afstand na complete resectie van een hoogrisico-melanoom. En toch kon men nog geen duidelijk verschil in algehele overleving waarnemen, ondanks een follow-up van bijna negen jaar. Bovendien moeten we deze inzichten zien in de context van een snel veranderend therapeutisch landschap, met de opkomst van neoadjuvante strategieën waarvan de langetermijnresultaten verder geëvalueerd worden.
Referenties:
1. Ascierto PA, Del Vecchio M, Merelli B, et al. Nivolumab for Resected Stage III or IV Melanoma at 9 Years. N Engl J Med. 2026;394:333-342. doi:10.1056/NEJMoa2504966.
2. Chapman PB, Wolchok JD. Changing Role of Adjuvant Therapy in Stage III Melanoma. N Engl J Med. 2026;394:394-396. doi:10.1056/NEJMe2514054.