‘Metabool gezonde’ obesitas bij kinderen: een fabel?
Epidemiologisch onderzoek uit Zweden toont aan dat kinderen met metabool gezonde obesitas (lees: met een normale bloeddruk, nuchtere bloedsuikerspiegel en LDL-cholesterolwaarden) op latere leeftijd alsnog een sterk verhoogd risico hebben op cardiometabole aandoeningen.
Metabool gezonde obesitas (MHO) bij kinderen wordt gezien als een laagrisicofenotype, dat niet per se (onmiddellijk) moet behandeld worden. Het was echter lang onduidelijk of de cardiometabole uitkomsten ook op latere leeftijd gunstig bleven.
Daar brengt een grootschalige prospectieve cohortestudie(1) nu verandering in. In het Karolinska Instituut, een van de belangrijkste medische universiteiten in Europa, analyseerde men meer dan 7.500 kinderen (tussen 7-17 jaar) die behandeld werden voor obesitas. Ze werden ingedeeld in de ‘metabool gezonde’ of ‘metabool ongezonde’ groep, al naargelang of hun bloeddrukwaarden, nuchtere glycemie, transaminasen, triglyceriden en cholesterolwaarden normaal of verstoord waren. Zodra er sprake was van één metabole afwijking, kwam het kind in de metabool ongezonde obesitas- (MUO-)groep terecht.
Toch hoog risico
Beide groepen met obesitas (MHO/MUO) werden gematcht aan in totaal 35.000 kinderen van de algemene populatie met een gezonde BMI en met gelijkaardige socio-demografische kenmerken.
Op de leeftijd van dertig jaar werden de volgende vaststellingen gedaan: de cumulatieve incidentie van diabetes type 2 betrof 9,1% in de MHO-groep en 16,8% in de MUO-groep, ten opzichte van 0,5% in de algemene populatie (GP). Voor hypertensie ging het om 10,8% (MHO), 18,3% (MUO) en 3,7% (GP), en voor dyslipidemie tekende men op de leeftijd van dertig jaar een incidentie op van respectievelijk 5,3%, 12,7% en 0,9%.
We zien dus wel degelijk duidelijke verschillen in het latere metabole risicoprofiel tussen personen met MHO en MUO in de kinderleeftijd. Maar de ‘metabool gezonde’ variant van kinderobesitas blijkt helemaal niet onschuldig: vergeleken met kinderen met een normale BMI blijft het risico op latere metabole aandoeningen aanzienlijk verhoogd.
Preventief werken
De studie wees daarnaast uit dat een verlaging van minstens 0,25 punten in de BMI z-score het risico op type 2-diabetes, hypertensie en dyslipidemie verlaagde. Die risicoreductie was overigens vergelijkbaar voor de MHO- en MUO-groep.
De auteurs stellen dat we de behandeling van kinderen met obesitas niet mogen laten afhangen van hun initiële metabole status. Ook zij die (nog) geen metabole afwijkingen vertonen, lopen later een duidelijk verhoogd risico op cardiometabole aandoeningen. Door te werken naar een gezond gewicht kunnen we dit risico op effectieve manier terugdringen.
Opmerkingen en bronnen:
Putri RR, Danielsson P, Hagman E, Marcus C. Long-Term Cardiometabolic Outcomes in Children With Metabolically Healthy and Unhealthy Obesity. JAMA Pediatr (Mar 2026, online). doi:10.1001/jamapediatrics.2026.0343.