Factoren die correleren met remissie bij een chronische inflammatoire darmaandoening
Er is al veel geschreven over de correlatie tussen de voeding en het risico op optreden van chronische inflammatoire darmaandoeningen. Franse en Belgische vorsers hebben recentelijk een multicentrische studie uitgevoerd die een beter inzicht geeft in het effect van de voeding op de ontstekingsactiviteit bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa.
De incidentie van chronische inflammatoire darmaandoeningen stijgt in verhouding tot de industrialisering en dus in alle westerse landen. Dat is grotendeels toe te schrijven aan de inname van ultrabewerkte voedingsmiddelen en een geringe inname van fruit, groenten en vezels. Met name rood vlees en koolhydraten zouden meespelen bij colitis ulcerosa. Maar ook roken, behandeling met antibiotica, een zittende levensstijl en verschillende psychosociale factoren spelen een rol.
Wat doe je zodra de diagnose is gesteld?
Bij gebrek aan stevige bewijzen raadt de International Organization For the Study of Inflammatory Bowel Disease een eiwitrijke, restenarme voeding met minder onoplosbare vezels aan bij een inflammatoire opflakkering bij patiënten met een darmstenose.
De vorsers hebben hun studie uitgevoerd bij 2.514 patiënten met een bewezen chronische inflammatoire darmaandoening om de correlatie tussen het eetpatroon en klinische remissie te evalueren na correctie voor het geslacht, de leeftijd, de BMI, het scholingsniveau, het rookgedrag en een voorgeschiedenis van chirurgie. Bij de patiënten met een ziekte van Crohn correleerde een remissie met een hogere inname van fruit (aOR 1,60, 95% BI: 1,20-2,14) en koffie (aOR 1,57, 95% BI: 1,17-2,11).
De correlatie tussen de voeding en een remissie was bijzonder sterk bij patiënten met een ziekte van Crohn met aantasting van het terminale ileum. Een mediterrane voeding correleerde met een remissie bij patiënten met een ziekte van Crohn, maar niet bij patiënten met een colitis ulcerosa.
Bij de patiënten met colitis ulcerosa correleerde een remissie met een hogere inname van fruit (aOR 1,72; 95% BI: 1,15-2,56) en salade (aOR 1,73, 95% BI: 1,12-2,66).
Interpretatie van de resultaten
Tijdens een fase van klinische remissie eten de patiënten sowieso altijd meer fruit en salade dan tijdens een inflammatoire opflakkering omdat patiënten met een inflammatoire opflakkering veeleer een restenarm dieet zullen verkiezen. De auteurs hebben in de studie niet kunnen corrigeren voor een mogelijk omgekeerd oorzakelijk verband. Hoewel een direct verband waarschijnlijk is, hebben de auteurs dat toch niet formeel kunnen aantonen.
Grotere prospectieve studies, die het voedingspatroon evalueren voor een inflammatoire opflakkering, zijn wenselijk met het oog op een preciezere evaluatie van de correlatie in de tijd. Hopelijk zullen we dan een voeding op maat kunnen voorschrijven.
Referentie:
Fontaine, Lucile et al. “Diet and clinical remission in patients with inflammatory bowel disease: A multicenter cross-sectional study.”Digestive and liver disease: official journal of the Italian Society of Gastroenterology and the Italian Association for the Study of the Liver.Vol. 58,2 (2026): 220-231. doi:10.1016/j.dld.2025.12.001