Toename van DKA
Diabetes Ketoacidose (DKA) is één van de meest gevaarlijke acute complicaties bij diabetes. Recente gegevens afkomstig uit verschillende bronnen tonen een toename van het aantal DKA’s.
Op het jongste ATTD-congres werden real-world evidence (RWE) data voorgesteld die een toename tonen van het aantal DKA’s. Drie studies uit het Verenigd Koninkrijk (UK), Frankrijk en de Verenigde Staten (US) tonen dat het testen van ketonen door patiënten zeer inconsistent gebeurt en dat er een gebrek aan goede richtlijnen is.
Langetermijngegevens uit UK
Tijdens een 23 jaar durende retrospectieve studie met bijna 660.000 mensen met diabetes in het Verenigd Koninkrijk werd vastgesteld dat het aantal DKA’s sterk is gestegen, dit zowel bij mensen met Type 1- (T1D) als Type 2-diabetes (T2D). De analyse toont dat de incidentie bij volwassenen met T1D meer dan verdrievoudigde gedurende de studieduur. Bij T2D nam de DKA-incidentie zesvoudig toe – een opvallende trend in een populatie die traditioneel niet geassocieerd wordt met DKA. Hoewel sommige van de stijgingen mogelijk een weerspiegeling zijn van onderrapportage in eerdere jaren, toont de algemene trend een duidelijke en aanhoudende toename van DKA.
De studie toonde ook hoge recidiefpercentages: 31,5% van de mensen met T1D en 12,1% van de mensen met T2D die één DKA-episode meemaken, krijgen later opnieuw DKA. Jongvolwassenen, vrouwen en mensen in sociaaleconomische achtergestelde gebieden, lopen een hoger risico.
Franse studiedata
Bij een tweede studie (533 volwassenen met T1D) bleek 95% onder hen vertrouwd met de term ketonen, 91% wist wat DKA is en meer dan de helft maakte al eerder een DKA door. Toch meldde 38% nooit ketonen in het verleden te hebben getest. Dit werd ook gezien bij gebruikers van continue glucosemonitoring (CGM) en automatische insuline-afleversystemen (AID).
De mate waarin mensen met diabetes ketonen testen blijkt sterk afhankelijk van de nadruk die door zorgverleners wordt gelegd. Mensen met meerdere dagelijkse insuline-injecties, gaven vaker aan nooit te zijn herinnerd om te testen en kregen minder vaak ketonentesten mee in vergelijking met degenen die pompen of AID-systemen gebruiken, hoewel de richtlijnen aanbevelen dat iedereen met intensieve insulinetherapie ketonen moet controleren wanneer symptomen zoals misselijkheid, braken of uitdroging optreden.
Interviews met Amerikaanse artsen
Een derde kwalitatieve studie bij (pediatrische) endocrinologen en huisartsen vond een grote variatie in hoe ketonenmonitoring wordt toegepast. Ook bij specialisten die vaak DKA behandelen, is er geen consistente visie over wanneer of hoe ketonenmonitoring moet worden gebruikt. Artsen geven hiervoor verschillende redenen:
- Geen gestandaardiseerde richtlijnen voor ketonenmonitoring
- Onvolledige of niet beschikbare metingen
- Grote afhankelijkheid van CGM-data, hoewel iedereen beseft dat glucosewaarden de ketonstatus niet altijd betrouwbaar weerspiegelen
De realiteit
Mensen missen nog steeds de vroege stijging van ketonen wat op enkele uren tijd tot DKA kan escaleren, maar de huidige testmethoden worden niet consequent genoeg gebruikt om dit tijdig op te merken.
Bronnen :
1. Seidu S. et al. Rising burden of DKA in the UK. Presented at ATTD 2026
2. Cosson E et al. Knowledge and barriers to ketone self-monitoring. Presented at ATTD 2026
3. Wysham C et al. A qualitative study to understand providers’ perspectives. Presented at ATTD 2026.