Hoe kunnen we het risico op kanker reduceren?
Waarom krijgen sommige mensen kanker, en andere niet? En wat is de invloed van omgevingsfactoren en individueel gedrag? Dr. Philippe Westerlinck, radiotherapeut in het CHU Liège, schreef een verhelderend boek over de risicofactoren voor kanker. Artsenkrant sprak met de auteur.
Misschien eerst iets over uzelf: waarom hebt u voor geneeskunde gekozen?
Philippe Westerlinck: Geneeskunde sprak me aan omdat het een combinatie is van wetenschap, en iets kunnen doen voor mensen. Je probeert complexe biologische processen te begrijpen, en uiteindelijk zit er een patiënt voor je voor wie die kennis heel tastbare gevolgen heeft.
Voor mijn specialisatie wou ik daarom ook een discipline waarbij het hoogtechnologische en het menselijke dicht bij elkaar komen en die vond ik in radiotherapie. Voor elke patiënt die naar mij doorverwezen wordt, kan ik in principe nog iets doen.
U hebt in Antwerpen gestudeerd en werkt in Luik: hoe bent u daar beland?
Radiotherapie is een kleine discipline; op onze jaarvergadering zijn er minder dan tweehonderd leden. Je moet dus flexibel zijn. In Luik kwam een plaats beschikbaar, en ik heb hier goed kunnen aarden. Ik heb de verschillen tussen noord en zuid leren waarderen. Het is een cliché, maar je wordt hier elke dag met een kus begroet.
Er is duidelijk een continuüm dat loopt van Nederland via Vlaanderen naar Wallonië. In Nederland is er een duidelijke structuur en duidelijke regels. Je kan dat negatief omschrijven als ‘rigide’, of positief als ‘goed georganiseerd’. In Vlaanderen zijn we al iets soepeler; er zijn regels en structuren, maar we kunnen die nog aanpassen als het nodig is. En in Wallonië is flexibiliteit de regel: elk geval wordt individueel bekeken.
Waarom hebt u dit boek geschreven?
Ik kreeg in mijn praktijk regelmatig de vraag: dokter, hoe komt het dat ik die kanker gekregen heb? Mensen willen begrijpen waarom de ziekte hen overkomt, en gaan op zoek naar informatie over hun persoonlijke risico's. Al te vaak krijgen ze die informatie pas wanneer het te laat is, na de diagnose.
Mensen bij wie kanker is vastgesteld, vragen zich vaak ook af wat die diagnose betekent voor hun naaste familie. Bij sommige kankers hebben familieleden een verhoogd risico, maar dat is zeker niet bij alle kankers zo. Bij borstkanker bijvoorbeeld is er een duidelijke familiale clustering. Anderzijds is borstkanker ook de meest voorkomende kanker bij vrouwen. Elke vrouw heeft dus een risico, ook al zit het niet in haar familie.
Ik heb daarom een mobiele app ontwikkeld, de Cancer Risk Calculator (beschikbaar voor Android en iOS, red.), waarmee mensen op basis van gevalideerde modellen hun relatieve risico voor verschillende kankers kunnen berekenen, en de risicofactoren leren kennen. De app geeft je een idee waar je je bevindt tegenover de rest van de populatie, dus of je risico verhoogd of verlaagd is. Het is mogelijk dat je een paar kleine risicofactoren voor longkanker hebt. Maar als je niet rookt, dan zakt dat risico meteen een heel stuk.
We hebben de app initieel getest met kankerpatiënten, omdat het woord ‘kanker’ hen niet meer afschrikte.
Hoe was de respons?
Enorm positief: twee derde van de patiënten gaven aan dat ze via de app risicofactoren hebben leren kennen. Voeding bleek daarbij het meest aan te spreken. Mensen wisten bijvoorbeeld niet hoeveel verschil de consumptie van rood vlees maakt. Meer dan de helft zei dat ze op basis daarvan iets gingen veranderen in hun leven. We hebben het dan over mensen die al kanker gehad hebben! Wat mensen zeggen komt uiteraard niet altijd overeen met wat ze effectief doen, maar ik vond het toch wel een heel bemoedigend signaal.
Voor die app heb ik eerst een hele bibliotheek opgesteld aan onderzoeken naar risicofactoren en bepaalde kankers die daarmee gerelateerd zijn. Vervolgens heb ik statistieken toegevoegd over de prevalentie van kanker naargelang leeftijd, geslacht, en etniciteit. Die zijn zeer gedetailleerd: mensen kunnen opzoeken wat het risico is voor iemand uit hun cohort om een specifieke kanker te ontwikkelen in de komende tien, twintig en dertig jaar, maar ook levenslang en zelfs het risico om aan die bepaalde kanker te overlijden.
Als laatste stap heb ik een groot aantal gevalideerde risicomodellen opgenomen in de applicatie, die in staat zijn gebruikers gedetailleerd risicoschattingen te geven op basis van meerdere risicofactoren. Hoe meer ik ermee bezig was, hoe meer ik merkte dat een app te beperkt was voor een echt volledige uitleg. Zo kom ik bij het boek: daar heb ik de ruimte om al die cijfers uit de doeken te doen, en om te verklaren wat de achterliggende processen zijn.
Het boek bevat inderdaad een schat aan informatie. Kan u zelf een aantal inzichten selecteren?
Ik noemde al voeding, maar heel wat factoren die ik vermeld komen voor mensen als een verrassing. Het toont hoe groot de kloof is tussen wat we al zeker weten over kankerrisico’s, en wat daarvan doordringt tot bij de bevolking. Ik las nog niet zo lang geleden – in Artsenkrant trouwens – dat meer dan de helft van de Belgen niet weet dat HPV gecorreleerd is met kanker, terwijl dat net een van de belangrijkste kankerverwekkende virussen is.
Zo zijn er nog veel zaken waar mensen niet bij stilstaan. Er is bijvoorbeeld een duidelijke link tussen hete dranken en het risico op slokdarmkanker. In landen waar thee kokend heet gedronken wordt, komt slokdarmkanker vaker voor. Het mechanisme is duidelijk: de slijmvliezen raken door hete dranken chronisch geïrriteerd, en dat verhoogt het risico op squameus slokdarmcarcinoom meer dan achtvoudig.
Ik vertel in het boek over een man die met een grote tumor in de mond werd doorverwezen. Hij had duidelijk beschadigde slijmvliezen, maar geen van de meest voorkomende risicofactoren. Lang heeft mijn verbazing daarover niet geduurd, want in het dossier stond zijn beroep: professioneel vuurspuwer. Zo zijn er nog wel meer verrassende zaken. Iedereen weet wel dat je twee keer per dag je tanden moet poetsen om tandbederf te voorkomen. Maar een goede tandhygiëne verkleint het risico op mond- en halstumoren met wel 17%. Zelfs op afstand zie je effecten: als je niet dagelijks je tanden poetst, stijgt je risico op leverkanker met wel 75%. Het hele boek staat bol van zulke onverwachte associaties.
Een ander inzicht is dat we steeds meer te weten komen over de genetische aanleg voor bepaalde kankers. In genome-wide association studies (GWAS) bestudeert men het genoom van een grote groep mensen om hun gevoeligheid voor kankers in te schatten. GWAS maken duidelijk dat verschillen tussen mensen niet louter te verklaren zijn door bijvoorbeeld hun gebruik van tabak of alcohol – er is een individuele gevoeligheid die dat predateert.
'Mijn boek is zeker geen voorschrift voor een ascetisch en smakeloos leven'
Over alcohol gesproken: de Belgische brouwers verzetten zich onlangs nog tegen de vermelding ‘alcohol schaadt de gezondheid’, terwijl alcohol toch een gekende risicofactor voor verschillende kankers is. Wat is uw mening over die controverse?
Laat ons duidelijk zijn: alcohol is kankerverwekkend. Als je alcohol drinkt, gaat je risico op kanker omhoog. Maar dat gezegd zijnde, snap ik wel dat dat voor veel mensen niet de enige relevante factor is. Mijn bedoeling is zeker niet dat je elk mogelijk risico zoveel mogelijk probeert te minimaliseren. Je moet al heel neurotisch zijn om zo te gaan denken. Mijn boek is dus zeker geen voorschrift voor een ascetisch en smakeloos leven.
Een oom van mij is een echte wijnliefhebber; als ik hem zou zeggen dat hij met alcohol moet stoppen, wordt hij niet gelukkiger. Maar anderzijds ga ik hem ook niet zeggen dat alcohol geen kwaad kan, want het kan wél kwaad. Ik wil vooral dat mensen bewust een keuze kunnen maken. Je moet daarom duidelijk kunnen zeggen dat sommige zaken niet goed zijn, en alcohol is daar een van.
Ik heb zelf kunnen zien hoe motiverend informatie kan werken. Ik heb de app ontwikkeld samen met een vriend. Die heeft rood haar, blauwe ogen en veel sproeten. Sinds hij beseft wat zijn relatieve risico voor melanoma is, smeert hij nu echt wel zeer zorgvuldig zonnecrème.
Kan de huisarts een rol spelen in het bekend maken van risicofactoren?
Absoluut. Voor mij speelt de huisarts een centrale rol in kankerpreventie. Ik heb er misschien ook wel wat een persoonlijke kijk op: ik ben de kleinzoon van een huisarts, de zoon van een huisarts en gehuwd met een huisarts. Er zijn mensen van wie mijn vader destijds de ouders heeft verzorgd, die hij zelf op de wereld heeft gezet, die hij heeft zien opgroeien, waarvan hij nu de kinderen ziet. Het is bijna niet te vatten welke band je zo opbouwt.
Als huisarts ken je niet alleen de medische voorgeschiedenis en levensstijl van je patiënten, maar ook die van hun familie. Je kan zaken als alcohol, roken, voeding en beweging bespreekbaar maken op een manier die ik als specialist niet kan. Ik zie de patiënt pas als de tumor ontdekt is.
'Voor mij speelt de huisarts een centrale rol in kankerpreventie'
Preventie werkt trouwens altijd beter wanneer je niet alleen zegt wat iemand moet doen, maar ook uitlegt waarom. En het advies van iemand die je al jaren kent en die jouw persoonlijke situatie begrijpt, heeft een heel ander gewicht dan brede algemene gezondheidsvoorlichting.
In de inleiding schrijft u dat 90% van de kankers vermijdbaar is. Is het risico van die boodschap niet dat mensen die omwille van de ene of de andere oorzaak kanker krijgen, zichzelf schuldig voelen, omdat ze door andere keuzes de kanker misschien hadden kunnen vermijden?
Ik nuanceer dat cijfer ook meteen. Aan de basis ligt de vaststelling dat – afhankelijk van het onderzoek – slechts 10% tot 30% van alle kankers een zuiver genetische oorzaak hebben. Met andere woorden: die cel zal kanker ontwikkelen, wat er ook gebeurt. Alle andere kankers – dus 90% tot 70% – zijn wel afhankelijk van externe invloeden.
Maar die externe invloeden heb je niet allemaal onder controle. Neem nu straling: we zijn allemaal constant blootgesteld aan verschillende vormen van straling, zoals aardstraling en kosmische straling. Wie in Wallonië woont, is sowieso al aan meer natuurlijke straling blootgesteld dan wie in Vlaanderen woont. Dat gaat tot het ludieke. Neem bijvoorbeeld bananen: die bevatten zoveel kalium dat ze licht radioactief zijn. Containers met bananen worden soms tegengehouden omdat stralingsdetectoren ervan afgaan. Het gaat over minieme hoeveelheden, maar je kan blootstelling aan straling dus nooit volledig vermijden.
Als je je beperkt tot kankers die we waarschijnlijk kunnen vermijden door ons individuele gedrag, dan houd je 30% tot 40% van de kankergevallen over. Dat is toch niet te verwaarlozen? In eender welke andere context zouden we een dergelijke reductie van risico indrukwekkend vinden.
Dus neen, niemand hoeft zich schuldig te voelen, maar omgekeerd is het ook niet zo dat we niets kunnen doen. Ik vergelijk kanker soms met een loterij, maar dan met een prijs die je niet wil winnen. Iedereen komt aan de start met één lotje. Mensen die roken of onvoldoende bewegen, krijgen lotjes bij. Dat betekent niet dat zij zeker kanker zullen krijgen, maar ze hebben wel meer kans. En omgekeerd, ook al heb jij alle risicofactoren beperkt: je hebt nog steeds één lotje; en het lot kan ook op jou vallen.
>> Philippe Westerlinck, Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen, Lannoo 2026.