Vier op de tien gevallen baarmoederhalskanker laattijdig ontdekt
CD&V wil een betere screening
Vier op de tien gevallen van baarmoederhalskanker worden laattijdig ontdekt. Dat blijkt uit cijfers van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit), die Nawal Farih, fractieleidster van CD&V in de Kamer, opvroeg. CD&V wil een betere screening.
Elk jaar krijgen in België ongeveer zeshonderd vrouwen de diagnose baarmoederhalskanker en overlijden meer dan honderd vrouwen aan de ziekte.
Daarnaast worden jaarlijks ongeveer 8.000 vrouwen geconfronteerd met de diagnose van voorstadia van baarmoederhalskanker. In die gevallen kunnen cellen zich onbehandeld tot kanker ontwikkelen.
Volgens de cijfers van minister Vandenbroucke, die federaal CD&V-fractievoorzitter Farih opvroeg, werd bij 41 procent van de vrouwen baarmoederhalskanker pas in stadium 3 of 4 ontdekt.
Dat betekent dus dat de diagnose al verder gevorderd is en zich mogelijk uitgebreid heeft naar de lymfeklieren in het bekken of andere organen. In die gevallen is vaak een zwaardere behandeling nodig, zoals een uitgebreide operatie.
Voor Farih is dat grote aandeel een signaal dat er meer moet gebeuren om vrouwen tijdig te bereiken met screening. Volgens haar kan de rol van de huisarts nog versterkt worden, zeker in Limburg, waar het aantal gynaecologen zeer laag ligt en de wachttijden kunnen oplopen tot vier maanden.
"Niet elke vrouw woont dicht bij een gynaecoloog. Een huisarts in de buurt kan voor velen een veel laagdrempeliger aanspreekpunt zijn. Willen we dat vrouwen tijdig gescreend worden, dan moeten we screening dus ook dichter bij hen brengen", zegt Farih.