Aantal longkankers blijft stijgen, vooral bij vrouwen en niet-rokers
Tegen 2035 zal het aantal nieuwe diagnoses van longkanker in België naar verwachting stijgen van 9.487 naar 11.429 per jaar. Dat meldt Stichting tegen Kanker naar aanleiding van de Werelddag voor Longkanker op 1 augustus. Opvallend is dat steeds meer diagnoses worden gesteld bij vrouwen en bij mensen die nooit hebben gerookt.

Hoewel tabaksgebruik veruit de belangrijkste risicofactor blijft (naar schatting is 80 tot 90% van de longkankers eraan toe te schrijven) ziet Stichting tegen Kanker een toename van het aantal patiënten zonder rookverleden. Ook blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op het werk of in het milieu, luchtvervuiling en radon kunnen het risico op longkanker verhogen.
Sterke stijging bij vrouwen
Uit prognoses van het Belgisch Kankerregister blijkt dat de evolutie verschilt tussen mannen en vrouwen. Terwijl het aantal nieuwe diagnoses bij mannen lijkt te stabiliseren, is het aantal gevallen bij vrouwen de voorbije twintig jaar sterk toegenomen en zet die stijging zich naar verwachting voort.
Volgens Stichting tegen Kanker blijft een krachtig tabaksontmoedigingsbeleid de belangrijkste hefboom om het aantal nieuwe longkankers op lange termijn terug te dringen.
Diagnoses vaak laattijdig
Nog altijd wordt ongeveer 65% van de longkankers pas in een gevorderd stadium vastgesteld. Dat komt doordat de aandoening in een vroeg stadium vaak weinig of aspecifieke klachten veroorzaakt.
Stichting tegen Kanker pleit daarom voor blijvende investeringen in wetenschappelijk onderzoek en preventie. Daarnaast wijst ze erop dat gerichte screening van mensen met een verhoogd risico volgens wetenschappelijk onderzoek kan bijdragen aan een vroegere opsporing van longtumoren.
Overlevingskansen nemen toe
Ondanks de stijgende incidentie is er ook positief nieuws. Dankzij verbeterde behandelingen zijn de overlevingskansen de voorbije jaren aanzienlijk gestegen. De vijfjaarsoverleving nam tussen de periodes 2004-2008 en 2019-2023 toe tot 35% bij vrouwen en 27% bij mannen.