Amitis Djalali: "We hebben geen andere keuze dan sterk te zijn"
Sinds april 2016 zit de Iraans-Zweedse specialist urgentiegeneeskunde Ahmadreza Djalali in een Iraanse cel. Zijn dochter Amitis was toen dertien jaar oud. In een gesprek met Artsenkrant vertelt Amitis Djalali hoe de familie nog steeds hoopt op vrijlating.
Hoe heb je de arrestatie van je vader op die jonge leeftijd ervaren?
Amitis Djalali: Het was heel moeilijk. Het is voor iedereen een lastige leeftijd, als je net tiener wordt. We waren net vanuit Italië terugverhuisd naar Zweden en ik was me aan het aanpassen aan die nieuwe situatie.
We dachten eerst dat het een vergissing was. Ik herinner me dat ik me afvroeg: wat als dit één of twee maanden duurt? Dat voelde ondraaglijk. Ik was opgegroeid met mijn vader aan mijn zijde. Hij reisde voor zijn werk, dus hij kon wel eens een week of twee weg zijn, maar ik was nog nooit voor langere tijd ver van hem verwijderd geweest. De gedachte dat het tot de zomer zou kunnen duren, was angstaanjagend.
Wanneer drong het tot je door dat het niet tegen de zomer voorbij zou zijn, maar iets was waarmee je lange tijd zou moeten leven?
Toen hij werd gearresteerd, vergeleken we het met andere gevallen van mensen met een dubbele nationaliteit. Sommigen hadden gevangenisstraffen van tien jaar gekregen. Zelfs dat voelde voor mij onmogelijk. Ik was niet erg bekend met de politiek in Iran, dus we waren volledig in shock toen hij de doodstraf kreeg. Ik was dertien jaar oud en wist niet eens wat de doodstraf inhield.
Maar toen kwam er een enorme golf van steun. Veel van zijn collega’s en allerlei organisaties wereldwijd raakten erbij betrokken. Ik dacht: we hebben nu momentum. Hij zal er niet zo lang zitten. In 2020 dreigden ze opnieuw de doodstraf uit te voeren, en dat was een van de moeilijkste periodes voor ons gezin. Maar opnieuw was er een golf van steun.
'We dachten eerst dat het een vergissing was. Ik herinner me dat ik me afvroeg: wat als dit één of twee maanden duurt?'
Hoe gaat de rest van je familie hiermee om?
Het is zwaar, absoluut. Voor mijn broer is het extra moeilijk omdat hij nu even oud is als ik toen was – hij was pas vier jaar oud toen mijn vader werd gearresteerd. Hij houdt van voetbal, en er zijn vaders van andere kinderen die daar als coach aanwezig zijn. Ik weet dat hij dat erg mist.
Hij is nu een tiener en praat er dus niet veel over. Maar ik zie hoezeer het hem raakt. Op zijn leeftijd vond ik het niet fijn dat andere mensen onze situatie kenden, dus ik probeerde te doen alsof er niets aan de hand was.
Voor mijn moeder is het erg zwaar geweest. Het voelt alsof haar leven al tien jaar op pauze staat. We proberen een normaal leven te leiden, maar het is erg moeilijk. In een situatie als deze hebben we eigenlijk geen andere keuze dan sterk te zijn.
Hoe heb je in die tien jaar met je vader kunnen communiceren?
Hij heeft ons af en toe kunnen bellen. Soms waren er maanden waarin we helemaal geen contact hadden. Ook zijn er momenten geweest dat hij niet meer mocht bellen, als vergelding voor het feit dat wij interviews gaven of dat hij zich uitsprak.
In het begin, toen hij in de (streng beveiligde, red.) afdeling 209 van de Evin-gevangenis zat, waren de telefoontjes kort en niet erg frequent. Nu kan hij soms bellen via familieleden in Iran. Vaak belde hij zijn zus, en zij zette dan een andere telefoon naast de hare zodat wij konden spreken. We moesten bijna door de telefoon roepen om elkaar te kunnen horen.
Het voelt alsof alles wat we zeggen wordt afgeluisterd. We kunnen niet openlijk praten. Het is me opgevallen dat hij niet veel over zichzelf wil praten. Hij vraagt vooral naar ons. “Hoe gaat het met je? Hoe gaat het op school?” Als ik vraag hoe het met hem gaat, zie ik dat hij het antwoord probeert te ontwijken.
Heb je recent nieuws over zijn gezondheid?
Hij heeft afgelopen voorjaar een hartaanval gehad. Sindsdien is zijn gezondheid erg slecht, maar hij kan geen medisch personeel zien. Hij heeft veel gezondheidsproblemen: hij heeft ondergewicht, een lage bloeddruk en een lage hartslag, en die worden niet goed behandeld. Hij heeft ons verteld dat hij verschillende tanden kwijt is, waardoor hij niet goed kan eten.
Je studeert geneeskunde. Waarom heb je voor die opleiding gekozen?
Ik ben eigenlijk in januari al afgestudeerd. Op school was ik geïnteresseerd in biologie en wetenschap, en ik wist dat ik heel graag met mensen wilde werken. Ik werd ook geïnspireerd door mijn vader. Hij heeft me nooit gezegd: “Je moet arts worden”, maar hij zei altijd dat het heel belangrijk was om dingen voor andere mensen te doen en je best te doen. Ik zou graag klinisch werk en onderzoek combineren.
Is er een herinnering aan je vader die je het meest koestert?
Ik heb veel herinneringen uit de tijd dat we in Italië woonden. Ik herinner me dat ik soms met hem mee naar zijn werk ging en dat hij achter zijn computer zat terwijl hij onderzoek deed. Ik herinner me dat ik hem in het ziekenhuis zag; er waren seminars of simulatiedagen voor spoedeisende hulp, en ik keek toe terwijl ze oefeningen deden op poppen.
Nadat we naar Zweden waren verhuisd, hadden we nog steeds een zeer hechte band. Hij werkte aan zijn onderzoek aan het Karolinska Instituut, en mijn school was dichtbij, dus we stonden 's ochtends op, ontbeten samen, namen dezelfde bus, en hij zette me af bij school.
Ik heb ook enkele herinneringen van na zijn arrestatie. Ik herinner me bijvoorbeeld dat hij huilde van geluk toen ik hem vertelde dat ik was toegelaten tot de geneeskunde-opleiding. Hij heeft altijd laten merken hoe trots hij op me is en dat ik dit heb kunnen bereiken, ook al is hij weg. Ik weet dat het hem enige troost geeft, te weten dat ik er nog steeds ben, dat ik me goed houd, en probeer door te gaan terwijl ik nog steeds voor hem opkom.
'Ik hoop dat beleidsmakers hun inspanningen zullen voortzetten en niet zullen opgeven nu we tien jaar verder zijn'
Wat vind je van de reacties van de buitenwereld op de zaak van je vader?
Ik vind de steun van mensen en verschillende organisaties geweldig. Vooral in België – daar voelen we ons zo goed gesteund. Elke keer als we daarheen reizen, merken we dat mensen zich echt voor mijn vader hebben ingezet. Daar zijn we zeker dankbaar voor, net als voor alle internationale steun die hij heeft gekregen.
Ik hoop dat beleidsmakers hun inspanningen zullen voortzetten en niet zullen opgeven nu we tien jaar verder zijn. Ik zou hen willen vragen dit juist als een extra drijfveer te zien om voor hem te blijven opkomen, en om verder te gaan dan alleen woorden. Ze moeten niet alleen pleiten voor de opheffing van de doodstraf, maar ook voor zijn vrijlating, omdat zijn zaak symbool staat voor veel mensen met een dubbele nationaliteit in Iran, en voor academische vrijheid.
Heeft de recente oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran invloed op zijn zaak?
Ik weet het niet zeker wat zijn specifieke zaak betreft. Ik weet wel dat veel politieke gevangenen helaas een zeer groot risico lopen en dat ze bijvoorbeeld geen mogelijkheid hebben om te schuilen. In de Evin-gevangenis hebben ze onvoldoende toegang tot voedsel. Er zijn recentelijk ook executies geweest van gevangenen met een dubbele nationaliteit.
Hoe blijven jullie in deze omstandigheden hoopvol?
Het helpt om te zien hoeveel mensen zich voor zijn zaak inzetten. Telkens wanneer er grote golven van betrokkenheid ontstaan, zien we dat de overheden zich uitspreken en dat zijn zaak bijvoorbeeld in de EU wordt opgepakt, en dat geeft ons hoop.
Het geeft ons ook hoop om te zien dat andere gevangenen met een dubbele nationaliteit zijn vrijgelaten en dat hij na al die tijd nog steeds vecht. Het is soms zwaar na zoveel jaren, maar als we die betrokkenheid zien, hopen we nog steeds dat het tot iets zal leiden.