Geneesmiddelen en aanvullingen
Gezonder & veiliger: de nieuwe drugsstrategie van de IMC
De 'Thematische Vergadering Drugs' van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid (IMC) heeft een nieuwe interfederale strategie voor een globaal en geïntegreerd drugsbeleid 2026-2029 goedgekeurd. Alle betrokken ministers van federale en regionale regeringen zetten er hun handtekening onder.

De context wordt gekenmerkt door de diversificatie van drugsgebruik (zie hiernaast), de uitbreiding van verslavingsgedrag en de toename van geweld gerelateerd aan de illegale drugshandel. Het resultaat van de bijeenkomst is een document van dertig pagina's, met veel doelstellingen maar weinig concrete acties. De delicate verdeling van bevoegdheden in België maakt het er niet eenvoudiger op.
Bij het lezen van de vijf strategische doelstellingen en 34 specifieke doelstellingen kunnen er duidelijk verschillende opmerkingen worden gemaakt. Eerst en vooral verruimt de tekst duidelijk het begrip "drugs" tot "verslavingen". Het toepassingsgebied omvat niet alleen illegale stoffen, maar ook alcohol, tabak, psychoactieve geneesmiddelen, andere stoffen met een verslavend potentieel, tot gokken en zelfs videospelletjes. We verwachten dan ook dat het Belgische beleid op dit gebied zal verschuiven naar verslavingsgedrag als geheel.
Strijd om gezondheid en veiligheid
Het punt dat de meeste aandacht trekt, is onmiskenbaar de nadruk, lang geëist door het veld, op geïntegreerde, multidisciplinaire en herstelgerichte zorg en hulpverlening. Het document legt de nadruk op vroegtijdige opsporing, vroegtijdige interventie, continuïteit van zorg, herstel, niet-stigmatisering, kwetsbare groepen, de sociale determinanten van gezondheid en risicovermindering.
Het stelt ook expliciet dat een effectief strafrechtelijk beleid ten aanzien van verslaving gedifferentieerd moet zijn en zich moet richten op zorg en ondersteuning. Zonder de veiligheidsgedachte uit de jaren 1990 opzij te schuiven, nodigt de tekst niettemin uit om verslaving in de eerste plaats te beschouwen als een fenomeen van gezondheid en ongelijkheid.
Boven zoveel handtekeningen van (centrum)rechtse ministers staat onvermijdelijk een sterke veiligheidsreflex. De inleiding herinnert aan de diversificatie van de markt, verkoop via logistieke en digitale infrastructuren, alsook geweld, corruptie, witwassen en wapenhandel.
De derde strategische doelstelling ("Een versterkt repressief beleid voeren") biedt zeer veel details over de ontmanteling van illegale markten, de integriteit van gevoelige sectoren, havens, luchthavens en gevangenissen, en de rol van de nationale drugscommissie.
De strategie gaat dus niet in de richting van een puur op gezondheid gebaseerd model. Aan de basis van het hele document ligt dit centrale spanningsveld waarin volksgezondheid en de strijd tegen de georganiseerde misdaad een evenwicht proberen te vinden. Men kan zich zelfs het getouwtrek tussen minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Frank Vandenbroucke en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Bernard Quintin voorstellen dat, gezien de vasthoudendheid van de eerste en de statuur van de laatste, eindigt in een gelijkspel.
Problemen overwinnen
De strategie wordt dus bijna evenzeer gekenmerkt door een streven naar institutionele coördinatie als door haar inhoud. Gezien de versnippering van de bevoegdheden in België komt het document voortdurend terug op de noodzaak om de federale, gefedereerde en lokale niveaus te coördineren, evenals gezondheidszorg, welzijn, justitie, politie, douane, economie en privépartners.
Uiteindelijk is de tekst zeer breed, zeer consensueel, maar nog steeds relatief onhiërarchisch. Dit is ongetwijfeld de grootste zwakte van het document. De tekst behandelt veel dingen tegelijk, maar de concrete prioriteiten (welke maatregelen komen eerst?), de budgettaire afwegingen (met welke middelen?) en de operationele verantwoordelijkheden (wie is verantwoordelijk voor wat?) zijn nog niet volledig uiteengezet en laten meer vragen onbeantwoord dan er ruimte is om ze op te schrijven.
Gelukkig erkent het document dat de uitvoering actieplannen moet omvatten en dat er tegen december 2026 een monitoring- en evaluatiestrategie wordt verwacht.