Minder iatrogene bijwerkingen dankzij mobiele geriatrische teams: een Franse ervaring
Een groep uit Toulouse heeft recentelijk in BMC Geriatrics een studie gepubliceerd, waarin ze aantoont dat een multidisciplinair beleid het risico op iatrogene schade door geneesmiddelen bij ouderen vermindert. De vorsers hebben de impact van een mobiel geriatrisch team waaronder een klinisch apotheker op het voorschrijven van mogelijk verkeerde geneesmiddelen onderzocht.
Een apotheker die geriaters begeleidt
De PharMoG-studie is een interventionele studie, die is uitgevoerd bij oude patiënten (gemiddeld 87,3 jaar), bij wie een geriatrisch team rechtstreeks in de zorgafdeling een totale evaluatie heeft uitgevoerd. Bij 43,1% van de ouderen was de Charlson-comorbiditeitsindex bij inclusie in de studie ≥ 3.
Een apotheker heeft de lopende geneesmiddelen doorgenomen, heeft daarbij gekeken naar mogelijk verkeerde voorschriften volgens gevalideerde criteria en heeft dan in overleg met de voorschrijvende artsen voorgesteld de behandeling aan te passen. De behandelingen werden hoofdzakelijk geanalyseerd volgens de ‘STOPP & START’-methode.
Voor de interventie bedroeg het gemiddelde aantal geneesmiddelen per patiënt 11,3, waarvan er mogelijk 5,4 niet wenselijk waren. Na de interventie is het aantal ongeschikte voorschriften significant gedaald (p < 0,01) en dat betrof met name geneesmiddelen die een hoog risico inhouden bij bejaarden, zoals bepaalde psychotrope farmaca, anticholinergica en cardiovasculaire geneesmiddelen. Door die interventie hebben de artsen het behandelingsschema kunnen verbeteren en hebben ze het beter aangepast aan de comorbiditeiten en het functionele profiel van de patiënten.
Te veranderen gewoontes?
De studie bevestigt het belang van een gestructureerde evaluatie van het geneesmiddelengebruik, die verder reikt dan het gebruikelijke beleid. De apotheker blijkt daarbij een centrale hefboom te zijn: hij analyseert mogelijke medicamenteuze interacties, spoort redundante geneesmiddelen op en raamt de risico-batenverhouding, die bijzonder complex is bij patiënten die meerdere geneesmiddelen krijgen.
Het verzorgingsteam moet dan wel die werkwijze aanvaarden. Bij ontslag uit het ziekenhuis had het verzorgingsteam gemiddeld 65,8% van de therapeutische voorstellen van het PharMoG-team aanvaard. Drie maanden later was dat cijfer licht gedaald. Is dat een veelbelovend of veeleer een vrij ontgoochelend cijfer? Het is misschien niet slecht te wachten op de resultaten van latere grootschaligere experimenten.
Referentie:
Dintilhac A, Qassemi S, Roland C, et al. The impact of an intervention by a mobile geriatrics team including a pharmacist on potentially inappropriate drug prescription: results of the PharMoG study. BMC Geriatrics. doi: 10.1186/s12877-026-07366-1