Geestelijke gezondheidPremium

Gezondheidszorg in Brussel: institutioneel doolhof

De Brusselse regering onder leiding van Boris Dilliès (MR), die op 14 februari 2026 werd gevormd, erfde een gefragmenteerd zorgstelsel, waarin de verantwoordelijkheden worden gedeeld tussen de federale overheid, de regio's en de regionale commissies. De facto worden de bevoegdheden voor gezondheidszorg grotendeels uitgeoefend door ministers Ahmed Laaouej en Karine Lalieux (beide PS).

gouvernement bruxellois
De ministers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Laurent Hublet, Dirk De Smedt, Ahmed Laaouej, Elke Van den Brandt, en de minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Boris Dilliès, tijdens de beëdigingsceremonie op zaterdag 14 februari 2026.

In Brussel wordt het gezondheidsbeleid gekenmerkt door een aanzienlijke institutionele fragmentatie. Zoals professor Jean Faniel van studiecentrum CRISP uitlegt, deelden drie politici van de groene partijen in de vorige regering vijf portefeuilles die verband hielden met de gezondheidszorg. Twee ministers, de Nederlandstalige Elke Van den Brandt en de Franstalige Alain Maron, waren samen verantwoordelijk voor de gezondheidszorg binnen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Beiden hadden ook verantwoordelijkheden in andere organen: Van den Brandt bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en Maron bij de Franse Gemeenschapscommissie (Commission communautaire française, COCOF). Barbara Trachte was verantwoordelijk voor gezondheidsbevordering bij COCOF.

Deze complexiteit is het gevolg van de staatshervormingen. De derde staatshervorming (1988-1989) hevelde voorheen nationale bevoegdheden voor de gezondheidszorg over naar de tweetalige regio Brussel. De bevoegdheden werden toevertrouwd aan de GGC, en uitgeoefend door een 'Verenigd College' waarin de ministers van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, op basis van taalkundige pariteit, samenkomen.

Tegelijkertijd kregen de COCOF en de VGC een rol als organiserende instanties op het gebied van gezondheidszorg, met name om instellingen die tot één gemeenschap behoren te subsidiëren.

“Het is belangrijk te benadrukken dat de gezondheidszorg geen bevoegdheid van de regio is”, benadrukt Jean Faniel. “In Brussel zijn de GGC, de COCOF en de Vlaamse Gemeenschap verantwoordelijk, hoewel het beleid in de praktijk wordt bepaald door regionaal verkozen mandatarissen."

Overdracht van bevoegdheden

Sinds 1993 heeft de Franse Gemeenschap (tegenwoordig bekend als de Federatie Wallonië-Brussel), om budgettaire redenen bepaalde bevoegdheden afgestaan aan de COCOF en het Waals Gewest, zonder alle bijhorende financiële middelen. Zij behield belangrijke gebieden zoals kinderzorg, onderwijs en universitaire ziekenhuizen. Andere zorginstellingen en Franstalige verpleeghuizen vallen vandaag onder de verantwoordelijkheid van de COCOF of het Waals Gewest. In 2013 (Akkoord van Saint-Emilie) besloten de Franstalige partijen om nog meer verantwoordelijkheden voor gezondheidszorg en sociale diensten over te dragen aan het Waals Gewest en de COCOF.

Het is daarom volgens Jean Faniel “zinloos om op regionaal niveau naar bevoegdheden op het gebied van gezondheidszorg te zoeken, aangezien die worden uitgeoefend door de GGC, de COCOF en de twee gemeenschappen.”

Net als in alle regio's behoudt de federale overheid echter de controle over belangrijke structurele instrumenten, met name de ziekte- en invaliditeitsverzekering en de terugbetalingen via het RIZIV.

De minister-president en de hulpdiensten

In de verantwoordelijkheidsverdeling onder de ministers van de nieuwe Brusselse regionale regering is Boris Dilliès expliciet belast met de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (BHDBMH). Hoewel dit strikt genomen geen volksgezondheidsbeleid is, is het niettemin een belangrijke factor in de gezondheidszorg, die van invloed is op de organisatie van de spoedeisende medische zorg buiten het ziekenhuis en de noodhulpketen.

Op dit moment is dit de enige gezondheidsgerelateerde bevoegdheid die duidelijk is vastgelegd in het takenpakket van een regionale minister (in dit geval is het zelfs geen regionale verantwoordelijkheid, maar die van de "Agglomeratie", een instelling die dateert uit de jaren 70 en in 1989 met het gewest is opgegaan). De details van deze verantwoordelijkheid zijn te vinden in de decreten waarin de verantwoordelijkheden binnen de GGC en COCOF worden verdeeld (en ook binnen de VGC, hoewel dit marginaal is). Op het moment van schrijven waren de decreten nog niet gereed.

Ahmed Laaouej, “Minister van Volksgezondheid”

Officieel is Ahmed Laaouej de Brusselse minister van Sociale Zaken en Solidariteit, Lokale Overheden en Gelijkheid. Het woord “gezondheid” komt niet voor in zijn portefeuille zoals die op de regionale institutionele website is gepubliceerd. Toch presenteert de PS hem als “de” Brusselse minister van Volksgezondheid. 

In feite omvat zijn takenpakket wel de meeste sociale en gezondheidszorgdiensten van Brussel: toegang tot rechten, bestrijding van het niet-gebruik van diensten, eerstelijnszorg, geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Het regeringsakkoord van 13 februari 2026 (de zogenaamde “Regionale Beleidsverklaring”) wijdt zelfs een heel hoofdstuk aan het verband tussen “sociale zaken en gezondheid”, zonder expliciet een minister van Volksgezondheid te benoemen.

Karine Lalieux en de gezondheidszorg bij COCOF

Een ander niveau, een andere logica. Karine Lalieux is de regionale staatssecretaris verantwoordelijk voor Huisvesting, Taxisector en Sportinfrastructuur. Op COCOF-niveau wijst een officiële verklaring van de PS haar echter expliciet de verantwoordelijkheid toe voor de gezondheidszorg en kinderopvang.

Deze gezondheidsportefeuille binnen COCOF omvat voornamelijk gezondheidsbevordering, preventieve geneeskunde en ambulante zorg binnen Franstalige instellingen. Omdat de institutionele pagina's van COCOF voor de legislatuurperiode 2024-2029 nog niet zijn bijgewerkt, is deze toewijzing nog niet gebaseerd op een geactualiseerde institutionele structuur.

De leidende rol van de GGC

De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is bevoegd voor zowel Franstalige als Nederlandstalige inwoners van Brussel en opereert via agentschappen die als bestuursorganen fungeren, zoals Vivalis en Iriscare.

Samen zijn zij verantwoordelijk voor de uitvoering van het gezondheidsbeleid: gezondheidsinstellingen en -beleid, ziekenhuizen (normen en accreditatie), geestelijke gezondheidszorg, initiatieven voor beschut wonen, psychiatrische zorgcentra en -diensten, geestelijke gezondheidszorg, medisch vervoer en e-health.

De administratie beheert ook de patiëntenrechten, de coördinatie van eerstelijnszorgverleners (Brusano), palliatieve zorg en multidisciplinaire palliatieve zorgteams, lokale welzijns- en gezondheidscontracten (LWGC's), preventieve geneeskunde en gezondheidsrisicobeheer, preventie (gezondheidsvoorlichting, screening, vaccinatiecampagnes, rookstop, enz.), infectieziekten en het pandemieplan.

De toekomst van de huisartsenzorg in Brussel wordt op GGC-niveau vormgegeven. Binnen dit kader wordt het Impulseo-programma, een financieel ondersteuningsmechanisme voor huisartsen, beheerd. Impulseo, dat voortvloeit uit institutionele hervormingen na de zesde staatshervorming, is niet langer een federaal beleid, maar een verantwoordelijkheid van Brussel, beheerd door de GGC.

Tussen de minister van Sociale Zaken, de staatssecretaris voor Volksgezondheid van de COCOF en het Verenigd College van de GGC navigeren de zorgverleners in Brussel door een systeem dat, hoewel functioneel, institutioneel ondoorzichtig blijft voor de leek.

In Brussel, meer dan waar ook, hangt gezondheid af van het vermogen van de politieke autoriteiten om duidelijkheid te scheppen over wie de beslissingen neemt, wie financiert en wie verantwoording aflegt. Van de regering-Dilliès wordt nu verwacht dat zij hierin haar beloftes nakomt.

In Brussel hangt gezondheid af van het vermogen van de politieke autoriteiten om duidelijkheid te scheppen over wie de beslissingen neemt, wie financiert en wie verantwoording aflegt

>> J. Faniel, Santé : une répartition complexe des compétences, Santé conjuguée, n° 93, décembre 2020, p. 33-36, te vinden op crisp.be.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • checkdigitale toegang tot de gedrukte magazines
  • checkdigitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • checkgevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • checkdagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 
Geschreven door Nicolas de Pape23 februari 2026
Print Magazine

Recente Editie
26 februari 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine