Riziv & terugbetalingPremium

'2026 wordt sleuteljaar voor hervorming nomenclatuur'

VERVOLG COVER In een exclusief interview met Artsenkrant bespreekt RIZIV-topman Pedro Facon enkele belangrijke dossiers zoals het akkoord artsen-ziekenfondsen, de hervorming van de nomenclatuur en fraudebestrijding in de gezondheidszorg.

Artsenkrant: De medicomut sloot in december een nieuw akkoord artsen-ziekenfondsen af. Hoe kijkt u zelf naar het akkoord?

Ik vind het eerst en vooral een sterke prestatie dat we er in deze woelige tijden van besparingen, hervormingen en soms gespannen relaties tussen verschillende actoren, in geslaagd zijn om een akkoord te bereiken. Dat bewijst dat het overlegmodel werkt, iets wat niet iedereen vandaag nog vol vertrouwen zegt.

In het akkoord staan principes die ik heel belangrijk vind, zoals value-based healthcare, doelmatigheid, preventie, transparantie en betere toegang tot informatie. Maar, zoals men zegt, the proof of the pudding is in the eating. Het is essentieel dat iedereen in de medicomut niet alleen akkoorden sluit, maar ze ook uitvoert. Dat is in het verleden niet altijd gebeurd. Soms bleven bijkomende budgetten onaangeroerd. Dat is zonde.

Ja, er zijn besparingen van ongeveer 200 miljoen euro, maar we beslissen tegelijkertijd om 12,7 miljard uit te geven. Er is een bijna algemene indexering van ruim 2,6 procent, wat zorgt voor stabiliteit, zowel voor patiënten als voor zorgverstrekkers, zeker voor wie geconventioneerd werkt en kan rekenen op het sociaal statuut. 

Facon
Administrateur-generaal van het RIZIV Pedro Facon: "Concreet is de ambitie om tegen eind 2027 het Koninklijk Besluit met de nieuwe nomenclatuur klaar te hebben." © ED

Hoe verwacht u dat de conventiegraad zal evolueren?

Ik ben natuurlijk Madame Soleil niet – mijn leven zou veel gemakkelijker zijn als ik zoiets kon voorspellen (lacht). De volgende stap is dat de ministerraad het medicomut-akkoord goedkeurt. Daarna wordt het gepubliceerd in het Staatsblad en volgt de gebruikelijke termijn van dertig dagen waarin artsen hun keuze maken.

Dat alle artsensyndicaten het akkoord goedgekeurd hebben, toont dat zij het belang ervan hoog inschatten en het stemt mij hoopvol dat ze het ook bij hun achterban gaan verdedigen. Ik hoop op hoge conventiegraden, minstens op het niveau van vorige akkoorden, en kijk vooral uit naar de verschillen per regio en specialisme. 

Een kritiek die we opvangen is dat het akkoord ad hoc besparingsmaatregelen bevat die niet stroken met een langetermijnvisie op de gezondheidszorg. Wat vindt u van die kritiek?

Het akkoord is het resultaat van wat haalbaar bleek, zowel binnen het overlegmodel als in de politieke context. Natuurlijk kun je hopen op radicalere hervormingen, maar die vergen voorbereiding en moeten stap voor stap worden opgebouwd richting de toekomst. In het akkoord is er een mooi hoofdstuk gewijd aan de wachtdiensten, maar om dat echt te laten werken, moeten we breder kijken. De efficiëntie van de huisartsenwacht hangt bijvoorbeeld sterk samen met hoe we de spoeddiensten in de ziekenhuizen organiseren. Ik hoor elke keer opnieuw dat we meer fundamenteel moeten werken. Ik reken daarvoor op de zorgverstrekkers en de ziekenfondsen om met concrete voorstellen te komen. Zij beschikken over veel data en expertise, en kunnen zo mee oplossingen uitwerken die echt werken in de praktijk.

De kritiek dat het akkoord wat “plakwerk” zou zijn, heeft dan vooral te maken met de manier waarop de besparingen technisch zijn ingevuld. We moeten niet naïef zijn: in de huidige context is het veel moeilijker om akkoorden te sluiten, omdat er besparingen moeten worden verdeeld in plaats van extra middelen. Dat proces begint trouwens al ruim vóór de opdrachtenbrief van de regering, met de technische ramingen in mei. Daarna volgt de opdrachtenbrief die richting geeft, en dan enkele maanden overleg in de akkoordencommissies, het Verzekeringscomité en de Algemene Raad om tot akkoorden te komen.

'Ik hoop op hoge conventiegraden, minstens op het niveau van vorige akkoorden, en kijk vooral uit naar de verschillen per regio en specialisme'

Hoe staat het met de hervorming van de nomenclatuur en de herijking van de honoraria?

Over de hervorming van de nomenclatuur wordt eigenlijk al dertig jaar gesproken. Maar de voorbije jaren is er een duidelijke methodiek ontwikkeld om dat werk systematisch aan te pakken. Er was eerst een lange fase van studiewerk: zowel over consultaties en aanverwante prestaties, als over medisch-technische prestaties en geautomatiseerde akten. Universitaire onderzoeksteams en werkgroepen zijn daarbij intensief betrokken geweest, samen met experten uit het veld, onder meer het VBS (n.v.d.r. tegenwoordig FMS) en de beroepsverenigingen. De kwaliteit van dat voorbereidend traject doet hopen dat er vertrouwen zal zijn in de resultaten die nu op tafel komen.

De volgende stap is om in de medicomut waarderingsoefeningen te doen: nagaan wat de intradisciplinaire schalen precies betekenen, hoe die interdisciplinair moeten worden vergeleken en welke financiële waardes daar uiteindelijk aan gekoppeld worden. 2026 wordt dus een sleuteljaar, omdat we echt naar een nieuwe fase gaan. De discussies over methodologie of de manier waarop studies zijn uitgevoerd liggen achter ons. Het moet nu gaan over de vertaling van dat werk in een nieuwe nomenclatuur, met bijhorende vergoedingen.

Concreet is de ambitie om in 2028 het Koninklijk Besluit met de nieuwe nomenclatuur klaar te hebben. Dat lijkt ver weg, maar het is in werkelijkheid zeer kort dag. Het overleg en de politieke besluitvorming moeten nog worden afgerond. Vervolgens moet alles juridisch worden uitgewerkt.

Daarna volgt de operationele fase: de nieuwe regels moeten in de IT- en facturatiesystemen geïntegreerd worden, met testprojecten in een selectie van instellingen en bijsturing waar nodig. 

In 2028 willen we een nationale “dry run” doen: de nieuwe nomenclatuur overal toepassen, maar de financiering nog berekenen volgens de oude regels. Zo kan getest worden of alles technisch, administratief en in de praktijk goed loopt. Pas in 2029 zou de nieuwe nomenclatuur, inclusief nieuwe honoraria, dan volledig ingevoerd worden. Mogelijk gebeurt dat gefaseerd, om plotse verschuivingen tussen disciplines en tussen ziekenhuizen op te vangen. Het kabinet deelt onze bezorgdheid om financiële schokken voor ziekenhuizen te voorkomen.

Het is een ambitieus plan dat ‘alle hens aan dek’ vereist, niet alleen bij het RIZIV, maar ook bij ziekenhuizen, artsen en ziekenfondsen. De inzet is hoog, want het gaat zowel om de financiering van het zorgsysteem als om de inkomens van artsen. Het moet technisch en praktisch feilloos functioneren.

In december publiceerde het RIZIV een nieuw Actieplan Handhaving voor de gezondheidszorg, met tal van maatregelen. Veroorzaakt dit geen gevoel bij zorgverleners dat al hun handelingen gecontroleerd worden?

Kijk, er is duidelijk een evolutie naar meer verantwoording in de hele overheid. De gezondheidszorg ontsnapt daar niet aan. Dat geldt voor subsidies van de Vlaamse regering aan allerlei organisaties, voor ziekenfondsen die steeds meer op resultaten worden afgerekend en ook voor administraties zoals het RIZIV.

Het is belangrijk om het juiste evenwicht te zoeken: systemen mogen geen 'papieren tijgers' worden. Ze mogen ook niet zoveel administratie creëren dat de focus vooral ligt op het meten van prestaties in plaats van zorg te verlenen. Het is dus zeker niet de bedoeling om elke arts als verdachte te behandelen. De focus moet echter liggen op het verkrijgen van beter inzicht om zowel misbruik te beperken als de zorg zo effectief mogelijk te maken.

We moeten wel twee zaken voor ogen houden. Ten eerste is er een zeer kleine minderheid die echt de regels overtreedt of bewust fraude pleegt. En op een budget van rond de 60 miljard euro betekent zelfs 0,1% misbruik nog altijd een zeer groot bedrag. We moeten daarom effectievere en strengere maatregelen nemen tegen de hardleerse fraudeurs die recentelijk media-aandacht kregen.

Anderzijds moeten we nagaan of de middelen doelmatig worden ingezet. Die vraag belangt iedereen aan. Halen bepaalde prestaties voldoende gezondheidswinst en zijn er geen andere interventies die met hetzelfde budget meer resultaat zouden opleveren? We weten uit de internationale rankings dat wij met een gemiddeld budget bovengemiddelde resultaten halen met ons systeem. Maar dat betekent niet dat alles perfect is en er niets moet gebeuren.

'Het is absoluut niet de bedoeling om elk jaar honderden RIZIV-nummers in te trekken of een soort Gestapo op te richten'

Dat brengt ons bij een heikel punt uit de Kaderwet: de intrekking van het RIZIV-nummer van een zorgverstrekker.

Ik weet dat dat een gevoelig thema is. Maar dat kan pas na een tegensprekelijke procedure met vaststellingen, recht op verdediging en beoordeling door een administratief rechtscollege voor dossiers boven 35.000 euro. Dat college, met magistraten, artsenvertegenwoordigers en ziekenfondsen, kan de intrekking opleggen om frauduleuze praktijken meteen te stoppen.

Het is absoluut niet de bedoeling om elk jaar honderden RIZIV-nummers in te trekken of een soort Gestapo op te richten. We willen binnen een gereguleerd systeem, met inspraak van zorgverstrekkers via het DGEC-comité en de kamers, zware fraudezaken aanpakken zoals degene die recent de media haalden.

Ik begrijp dat zorgverstrekkers zich gekwetst voelen wanneer dat vertrouwen wegvalt door uitzonderlijke dossiers, net zoals het Bal van de Ambtenaren op één dag in januari het imago van alle ambtenaren kan besmeuren. Tienduizend thuisverpleegkundigen die enorm goed werk leveren, zijn het slachtoffer van enkele personen. Maar dan moet je ook consequent zijn.  Als we instrumenten voorstellen om die fraudeurs aan te pakken, mag je dat niet uitleggen als een aanval op een hele beroepsgroep. Denkt men nu echt dat we bij het RIZIV uit zijn op een totale confrontatie met zorgverstrekkers? Het is een strijd van het RIZIV samen met de zorgverstrekkers tegen degenen die zich eigenlijk geen zorgverstrekkers zouden mogen noemen.

'Zelfs al gaat Frank Vandenbroucke ooit met pensioen, daarmee zijn de uitdagingen niet plots verdwenen' 
Op onze website kan u een meer uitgebreide versie van het interview lezen. Daarin komen onder meer de aanpak van de langdurig zieken en de rol die adviserend artsen én behandelend artsen daarbij moeten spelen, de frauderende thuisverpleegkundige, de evenredigheidsbeoordeling van de kaderwet, de discussie over de opdrachtenbrief en de figuur van Frank Vandenbroucke aan bod. 

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • checkdigitale toegang tot de gedrukte magazines
  • checkdigitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • checkgevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • checkdagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 
Geschreven door Erik Derycke en Filip Ceulemans15 januari 2026
Print Magazine

Recente Editie
20 januari 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine