Patiënten praten met AI, artsen werken met een digitale fichebak
Iedereen herkent de patiënt die de consultatieruimte binnenkomt met een diagnose op zak. Niet gesteld door een arts, wel gegoogeld. Vaak meteen ook de ernstigst denkbare. Voor dat gedrag bestaat intussen een woord: dr. Google. Vandaag klinkt het steeds vaker anders: “Ik heb het aan ChatGPT gevraagd."
Voorlopig is daar nog geen werkwoord voor, maar het fenomeen is wijdverspreid. En ongemakkelijk genoeg is de informatie die daaruit voortkomt opvallend vaak correct. Niet altijd volledig, soms misleidend, maar voldoende accuraat om het gesprek te bepalen.
De vooruitgang van artificiële intelligentie, en van large language models in het bijzonder, is de voorbije maanden ronduit spectaculair geweest. Niet alleen de kwaliteit is geëxplodeerd, ook de snelheid waarmee deze technologie door de bevolking wordt omarmd, is ongezien. Terwijl patiënten vandaag vlot communiceren met systemen die context begrijpen en verbanden leggen, blijft de gezondheidszorg werken met digitale instrumenten die dat fundamenteel niet kunnen.
Het elektronisch medisch dossier is daarvan het meest pijnlijke voorbeeld. Wie eerlijk is, moet toegeven dat het EMD nauwelijks meer is dan een, absurd dure, digitale kartonnen fichebak. Een verzameling teksten zonder samenhang, zonder intelligentie, zonder echte interactie. Verslagen “weten” niets van elkaar. Resultaten worden opgeslagen, maar niet verbonden. Documenten ontstaan door eindeloos typen, kopiëren en plakken, waardoor steeds nieuwe teksten worden gecreëerd die niemand nog volledig leest.
Binnen één en hetzelfde EMD ontwikkelt elke dienst zijn eigen noodoplossingen om het systeem enigszins werkbaar te houden. Elke arts wordt noodgedwongen een creatieve probleemoplosser, niet omdat dat efficiënt is, maar omdat het moet. Wie vervolgens een structurele verbetering wil voorstellen, botst op een logge bureaucratie van procedures en aanvragen. Maanden later volgt dan het voorspelbare antwoord: “Dat kan niet.” Of nog vaker: er volgt helemaal geen antwoord.
'ICT moet zorgverleners ondersteunen, niet vertragen'
Moeten we dit anno 2026 echt normaal vinden? Dat thuismedicatie manueel moet worden ingevoerd terwijl alle voorschriften elektronisch gebeuren? Dat informatie van perifere apotheken niet automatisch communiceert met de ziekenhuisapotheek? Dat een elektronische terugbetalingsaanvraag nog steeds vereist dat documenten worden gedownload, afgedrukt, met de hand ingevuld en ondertekend, opnieuw gescand, gecomprimeerd en daarna weer opgeladen — naar een digitale ruimte waarvan niemand precies weet wie ze beheert?
Het enige structurele voordeel van het huidige systeem is dat een groot deel van Vlaanderen met hetzelfde EMD werkt. Dat maakt informatie uit andere ziekenhuizen toegankelijk, maar vooral delen we collectief dezelfde frustraties. Het schept solidariteit in inefficiëntie. En laat ons eerlijk zijn: wie met een ander EMD werkt, zal tegen gelijkaardige muren aanlopen.
Het is tijd om te stoppen met cosmetische updates en lapmiddelen. Beste ontwikkelaars van elektronische medische dossiers en ICT-verantwoordelijken in de gezondheidszorg: dit systeem faalt in zijn kernopdracht. ICT moet zorgverleners ondersteunen, niet vertragen. De gezondheidszorg kan zich niet langer veroorloven om technologisch twee decennia achter te lopen op de rest van de samenleving. Als patiënten vandaag met artificiële intelligentie praten, dan mogen artsen toch minstens verwachten dat hun softwaresystemen met zichzelf en elkaar kunnen communiceren.