Resistentie tegen integraseremmers en NRTI's in Europa

Wat is de prevalentie van overgedragen resistentie tegen integraseremmers en NRTI's, de pijlers van de antiretrovirale eerstelijnstherapie, in Europa? Het antwoord vinden we in een grondige analyse van drie jaar door het MeditRes-consortium. En dat is geruststellend.
MeditRes is een consortium dat de gegevens rekruteert, volgt en analyseert van patiënten bij wie pas een diagnose van hiv-infectie is gesteld en die nog geen antiretrovirale behandeling hebben gekregen in landen rond de Middellandse Zee en meer bepaald Frankrijk, Portugal, Spanje, Italië en Griekenland.
Tussen 2018 en 2021 zijn ongeveer 2.705 patiënten van wie de resultaten van een sequencing van het integrasegen en het reversetranscriptasegen bekend waren, in de studie opgenomen. Op grond van die gegevens hebben de vorsers de prevalentie van overgedragen resistentie tegen integraseremmers en NRTI's in die regio berekend.
72,2% van de patiënten waren mannen (43% mannen die seks hadden met mannen, en 28% heteroseksuelen). De gemiddelde leeftijd was 37 jaar. 25% van de patiënten had minder dan 200 CD4-cellen/mm³ op het ogenblik dat de diagnose werd gesteld, en de viruslast was gemiddeld 108.000 kopieën/ml. 56% vertoonde het virale subtype B.
Evaluatie van de resistentie
- De prevalentie van mutaties die resistentie veroorzaken tegen NRTI's, was 3,73% (hoofdzakelijk, 2,66%, type TAM).
- De prevalentie van mutaties die resistentie veroorzaken tegen integraseremmers (T66I, T66A, E92Q, R263K en E138T/K), was 0,23%.
- De prevalentie van mutaties die een klinisch relevante resistentie veroorzaken tegen integraseremmers, was 2,29% voor raltegravir en 2,33% voor elvitegravir. De prevalentie van mutaties die resistentie veroorzaken tegen de nieuwe integraseremmers, was duidelijk lager: 0,18% voor dolutegravir en bictegravir.
- De prevalentie van mutaties die een klinisch relevante resistentie veroorzaken tegen NRTI's was 0,89% voor TAF/TDF, 1,15% voor 3TC/FTC en 1,81% voor abacavir.
In het reële leven blijkt de prevalentie van mutaties die een klinisch relevante resistentie veroorzaken tegen integraseremmers van de tweede generatie en NRTI's, zeer laag te zijn. Gezien de huidige strategieën van antiretrovirale behandeling (integraseremmers van de tweede generatie als eerstelijnstherapie, alsmaar meer belangstelling voor het 'test and treat'-principe, tweevoudige combinatietherapie als eerstelijnstherapie) is het dan ook weinig waarschijnlijk dat een patiënt bij wie recentelijk een diagnose van hiv-infectie is gesteld en die nog geen antiretrovirale behandeling heeft gekregen, geïnfecteerd is met een virus dat resistent is tegen de eerstelijnstherapie met onder meer een integraseremmer van de tweede generatie.
Ref.: Salazar A. et al. Abstract 516, CROI 2022.