TANGO: target gedetecteerd of niet gedetecteerd en blips na 144 weken follow-up

Bij analyse van de gegevens van de TANGO-studie na een follow-up van 96 weken was het aantal patiënten met een lage viruslast (< 40 kopieën/ml met nog detectie van viraal RNA of < 40 kopieën/ml zonder detectie van viraal RNA) hoger in de groep die was overgeschakeld op een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir en lamivudine, dan in de groep die de drie- of viervoudige combinatietherapie met TAF had voortgezet.
Hoe evolueren die cijfers na drie jaar follow-up? Het antwoord op die vraag wordt gegeven door de update van de TANGO-studie, die op de CROI 2022 is gepresenteerd.
De TANGO-studie heeft de virologische werkzaamheid en de veiligheid geëvalueerd van overschakeling op een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir en lamivudine bij hiv-geïnfecteerde patiënten met een onmeetbaar lage viruslast tijdens een drie- of viervoudige combinatietherapie met o.a. TAF. De vorsers hebben nu de frequentie van laaggradige viremie (gedefinieerd als een viruslast < 40 kopieën/ml met nog detectie van viraal RNA = target gedetecteerd of < 40 kopieën/ml zonder detectie van viraal RNA = target niet gedetecteerd) berekend. De tweevoudige combinatietherapie blijft doeltreffend op lange termijn zoals blijkt uit de volgende resultaten:
- Bij een snapshotanalyse na een follow-up van 144 weken was het percentage patiënten met een target niet gedetecteerd hoog en vergelijkbaar in de twee groepen: 75,6% in de groep die was overgeschakeld naar een tweevoudige combinatietherapie, en 71,8% in de groep die de klassieke drie- of viervoudige combinatietherapie met TAF had voortgezet.
- Het aantal virologische mislukkingen na een follow-up van 144 weken was respectievelijk 11,1% en 14,2%. In de meeste gevallen ging het om patiënten met een viruslast < 40 kopieën/ml bij wie echter nog viraal RNA kon worden gedetecteerd (target gedetecteerd).
- Het percentage patiënten met een "target niet gedetecteerd" bij alle controles tot 144 weken was vergelijkbaar in de twee behandelingsgroepen. Bij meer dan 90% van de patiënten die waren overgeschakeld op een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir en lamivudine en die bij inclusie een "target niet gedetecteerd" vertoonden, is op geen enkel moment tijdens de follow-up een viruslast ≥ 40 kopieën/ml gemeten.
- Bij analyse van de patiënten die een hogere viruslast hebben vertoond tijdens de follow-up van drie jaar, is vastgesteld dat 6% van de patiënten van de groep die was overgeschakeld op de tweevoudige combinatietherapie, een viruslast van 50 tot 200 kopieën/ml heeft vertoond (maar niet hoger dan 200), grotendeels blips (5%). In de groep die de drie- of viervoudige combinatietherapie met TAF had voortgezet, heeft 9% een viruslast vertoond van 50 tot 200 kopieën/ml, opnieuw overwegend blips (7%). Het aantal patiënten met een viruslast van 200 kopieën/ml of hoger was zeer laag en vergelijkbaar in de twee groepen: 2% in de groep die was overgeschakeld op de tweevoudige combinatietherapie, en 3% in de groep die de klassieke combinatietherapie op basis van TAF had voortgezet.
De viruslast is tijdens een follow-up van 144 weken dus zeer laag gebleven. Dat bewijst dat het virus onderdrukt blijft bij patiënten die van een klassieke combinatietherapie overschakelen op een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir en lamivudine.
Ref.: Wang R. et al. Abstract 484, CROI 2022.