Als osteoporose behandelen het risico op diabetes type 2 zou kunnen verlagen

In een retrospectief patiënt-controleonderzoek dat werd gepresenteerd tijdens het EASD-congres 2021 bogen de auteurs zich over een mogelijk verband tussen de glucosehomeostase en het botmetabolisme. Ze wilden aan de hand van de gegevens van Deense registers nagaan of eerder gebruik van een bisfosfonaat (in dit geval alendronaat) het risico op DT2 wijzigde. Er werden in totaal 163.588 patiënten met DT2 en 490.764 gematchte controlepersonen ingesloten. De gemiddelde leeftijd was 67 jaar en 55% van de deelnemers was man.
De odds ratio voor het ontwikkelen van DT2 na gebruik van alendronaat was 0,93 (BI 95%: 0,90-0,96). Het cijfer was nog meer uitgesproken na correctie voor diverse factoren: 0,64 (BI 95%: 0,62-0,66) en ging zelfs naar 0,47 (BI 95%: 0,40-0,56) bij de personen die langer dan acht jaar alendronaat hadden gebruikt. Een trendtest suggereerde een dosis-responsrelatie tussen langer doeltreffend gebruik van alendronaat en een lager risico op DT2 (p=0,002).
De verlaging met ongeveer de helft van het risico op diabetes na acht jaar gebruik van alendronaat is verbazingwekkend. De auteurs suggereren dat er interventiestudies worden uitgevoerd om na te gaan of alendronaat een rechtstreekse impact heeft op de glucosehomeostase, bijvoorbeeld op de insulinegevoeligheid of de glykemiecontrole, en of die eventuele impact optreedt bij personen met en zonder (pre)diabetes.
Referentie: Alendronate use and risk of type 2 diabetes: a Danish population-based case-control study. Viggers R et al.