Nederland: vaarwel hepatitis C

Op basis van een nieuwe analyse van de gegevens van het Nederlandse cohortonderzoek ATHENA heeft een groep vorsers van de Universiteit van Amsterdam op het congres van de IAS 2021 aangekondigd dat het hepatitis C-virus nagenoeg volledig is uitgeroeid bij hiv-geïnfecteerde patiënten in Nederland.
Nederlandse vorsers hebben op basis van de gegevens van de ATHENA-cohorte (98% van de hiv-geïnfecteerde volwassenen en kinderen die medisch worden gevolgd) de evolutie van hepatitis C bij hiv-geïnfecteerde patiënten geëvalueerd. Tussen 2000 en 2014 is de prevalentie van hepatitis C stabiel gebleven bij hiv-geïnfecteerde patiënten: 4-5%. Sinds de invoering van direct werkende antivirale middelen is de prevalentie gedaald tot 1,6% in 2016 en 0,6% nu.
Bij homo- of biseksuele mannen die seks hebben met mannen, is de prevalentie van hepatitis C gestaag gedaald van 4% in 2000 tot 0,5% in 2019. Bij drugsspuiters is de prevalentie van hepatitis C gedaald van 70% in 2000 tot 58% in 2014 en 12% in 2019. Momenteel telt de ATHENA-cohorte nog 29 hiv-geïnfecteerde patiënten met een hepatitis C.
Hiv-geïnfecteerde patiënten die niet door een arts werden gevolgd, en drugsspuiters volgden minder vaak een behandeling voor hepatitis C. In Nederland is het hepatitis C-virus dus nagenoeg uitgeroeid bij hiv-geïnfecteerde patiënten. Een bewijs dat de doelstelling van de WGO, namelijk een verlaging van het aantal nieuwe HCV-infecties met 90% tegen 2030, realistisch en haalbaar is, althans in gerichte doelgroepen.
Ref.: Isfordink C. et al. Abstract OAB0104, IAS 2021.