Minder goede cardiovasculaire bescherming bij behandeling van hypertensie met bètablokkers

Volgens een studie die is verschenen in het tijdschrift Hypertension, worden nog te vaak bètablokkers als eerstelijnstherapie voorgeschreven bij hiv-geïnfecteerde patiënten met hypertensie. Het zou kunnen dat bètablokkers minder goed zijn bij de preventie van ernstige cardiovasculaire accidenten dan ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten.
Dr. Leah Rethy et coll. van de Universiteit van Pennsylvania hebben een studie uitgevoerd om na te gaan welke antihypertensiva ernstige cardiovasculaire accidenten het best voorkomen bij hiv-geïnfecteerde patiënten met hypertensie. Ze hebben daarvoor de gegevensbank van de Amerikaanse Veterans Affairs doorgenomen en de dossiers geanalyseerd van de 8.041 seropositieve oud-strijders met hypertensie die werden behandeld tussen 2000 en 2018. De patiënten waren gemiddeld 53 jaar oud. 97% was van het mannelijke geslacht, 50% was blank, 75% kreeg een antiretrovirale behandeling en 78% had geen voorgeschiedenis van hartziekte, bloedvatziekte of ritmestoornis bij inclusie in de studie. De meesten kregen al een bloeddrukverlagende behandeling voor inclusie in de studie. De belangrijkste eerstelijnstherapieën waren ACE-remmers/angiotensine II-receptorantagonisten (24%), diuretica (23%), bètablokkers (13%) en calciumantagonisten (11%). De mediane follow-up was 7 jaar.
Resultaten
- Eerste verontrustende vaststelling: bijna 1 op de 8 patiënten die werden behandeld wegens hypertensie, kreeg een bètablokker, hoewel die farmacotherapeutische categorie niet wordt aanbevolen als eerstelijnstherapie.
- De incidentie van ernstige cardiovasculaire accidenten is hoger met bètablokkers dan met ACE-remmers/angiotensine II-receptorantagonisten. Bètablokkers kunnen dus niet als veilig worden beschouwd bij de preventie. Het risico op ontstaan of recidief van een hart- en vaataandoening en overlijden was 54% hoger, het risico op optreden van een hartziekte of overlijden was 79% hoger en het risico op optreden van een hartziekte was 90% hoger. Noch diuretica noch calciumantagonisten correleerden met een hoger risico op hart- en vaataandoeningen of overlijden dan ACE-remmers/angiotensine II-receptorantagonisten.
- Ook in de subgroep van patiënten met een cardiovasculaire voorgeschiedenis bij inclusie in de studie was het risico op hart- en vaataandoeningen hoger met bètablokkers: het risico op recidief en overlijden was 71% hoger en het risico op optreden van hartfalen was 47% hoger dan met een eerstelijnstherapie met ACE-remmers/angiotensine II-receptorantagonisten.
De vorsers schuiven meerdere hypothesen naar voren ter verklaring van de slechtere resultaten die met bètablokkers worden behaald: metabole bijwerkingen van bètablokkers zoals een verminderde insulinegevoeligheid en gewichtstoename, die de negatieve invloed van bepaalde antiretrovirale middelen op de serumlipiden, het risico op diabetes en het metabole profiel kunnen verergeren.
In tegenstelling tot ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten is bovendien niet aangetoond dat bètablokkers een gunstig effect hebben op de endotheelfunctie.
Ref.: Rethy LB et al. Hypertension, oline gepubliceerd voor de papieren versie op 05/04/2021.