ODYSSEY A&B: dolutegravir bij kinderen en adolescenten

In de klinische studies ODYSSEY A&B, waarvan de resultaten werden gepresenteerd op de CROI 2021, was de virologische effectiviteit van een eerstelijnstherapie met dolutegravir bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar en meer dan 14 kg beter dan die van een klassieke behandeling (ODYSSEY A) en was ze niet minder effectief als tweedelijnstherapie (ODYSSEY B).
ODYSSEY is een internationale, multicentrische, gerandomiseerde non-inferioriteitsstudie die een antiretrovirale behandeling met dolutegravir en twee NRTI's heeft vergeleken met een klassieke antiretrovirale behandeling. De studie bestond uit twee delen: ODYSSEYA bij kinderen en adolescenten die nog geen antiretrovirale behandeling hadden gekregen, en ODYSSEY B bij kinderen en adolescenten die al een behandeling hadden gekregen en die werden overgeschakeld op dolutegravir.
Op de CROI 2021 werden de gegevens gepresenteerd over de patiënten jonger dan 18 jaar die meer dan 14 kg wogen. De resultaten over de kinderen die minder dan 14 kg wogen, zullen midden 2021 bekend zijn. In het totaal werden 707 kinderen en adolescenten gerandomiseerd, hoofdzakelijk in Afrika: 47% in Oeganda, 21% in Zimbabwe en 20% in Zuid-Afrika. Voorts 9% in Thailand en 4% in Europa. De gemiddelde leeftijd was 12,2 jaar en het gemiddelde gewicht 31 kg. 49% waren meisjes en 22% had minder dan 200 CD4-cellen/mm³.
In ODYSSEY A werd een antiretrovirale behandeling gestart bij 311 kinderen: dolutegravir bij 154 kinderen en een klassieke behandeling (92% efavirenz) bij 157 kinderen.
In ODYSSEY B werden 396 kinderen die al werden behandeld, overgeschakeld op een tweedelijnstherapie: 196 kinderen werden dan behandeld met dolutegravir en 200 met een klassieke behandeling (72% lopinavir/ritonavir en 25% atazanavir/ritonavir). De mediane duur van de eerdere antiretrovirale behandeling was 5,5 jaar. 97% had een combinatie van een NNRTI en twee NRTI's gekregen.
Resultaten
Het primaire eindpunt was het percentage virologische of klinische mislukking na 96 weken follow-up.
- 14% van de patiënten die werden behandeld met dolutegravir, en 22% van de patiënten die een klassieke behandeling kregen, vertoonden een virologische of klinische mislukking na 96 weken. Een verschil dus van 8% (p = 0,004). De vorsers concludeerden dat dolutegravir niet alleen niet minder goed was dan, maar zelfs beter dan de klassieke behandeling in die patiëntengroep.
- ODYSSEY A: bij 10,5% van de patiënten die dolutegravir kregen, en 23% van de patiënten die een klassieke behandeling kregen, werd na 96 weken een klinische of virologische mislukking vastgesteld. Een verschil dus van 12,5% (p = 0,003). Daaruit werd afgeleid dat dolutegravir beter is dan een klassieke behandeling als eerstelijnstherapie bij kinderen en adolescenten.
- ODYSSEY B: bij 16,4% van de patiënten die dolutegravir kregen, en 21% van de patiënten die een klassieke behandeling kregen, werd na 96 weken een klinische of virologische mislukking vastgesteld. Een verschil dus van 4,6% (p = 0,22). Daaruit werd afgeleid dat dolutegravir niet minder goed is dan een klassieke behandeling als tweedelijnstherapie.
- Geen significant verschil werd vastgesteld volgens het geslacht, de leeftijd, het gewicht, de viruslast en het initiële aantal CD4-cellen. De heilzame effecten van dolutegravir werden duidelijk vanaf week 48.
- Het veiligheidsprofiel was al bij al goed en er waren geen grote verschillen in bijwerkingen tussen de dolutegravirgroep en de groep die een klassieke behandeling kreeg. Bij analyse van de cholesterolconcentratie waren de resultaten na 48 en 96 weken beter met dolutegravir.
- Het gewicht, de middelomtrek en de BMI waren iets meer gestegen in de dolutegravirgroep dan in de groep die de klassieke behandeling kreeg: verschil van respectievelijk 1 kg, 0,8 cm en 0,3 kg/m² na 96 weken. Die verschillen waren significant. Ze zijn vrij snel opgetreden, maar zijn daarna snel gestabiliseerd.
Conclusie, die resultaten treden de richtlijnen van de WGO bij, die een behandeling op basis van dolutegravir aanraden als standaard eerste- en tweedelijnstherapie bij kinderen die meer dan 14 kg wegen. Dat sluit aan bij de behandelingsschema's die bij volwassenen worden voorgeschreven.
Ref.: Turkova A. et al. OA174, CROI 2021.