Impact van covid-19 op de virologische suppressie in Italië

Een groep vorsers van de Universiteit van Modena heeft op het einde van de lockdownperiode in Italië een studie uitgevoerd, waarin geen statistisch significant verschil in het percentage SARS-CoV-2-infectie werd vastgesteld tussen hiv-geïnfecteerde patiënten en de algemene seronegatieve bevolking. Verontrustend is wel de sterke stijging van het aantal virale blips. Dat wijst immers op een minder goede therapietrouw of op problemen bij de aanschaf van antiretrovirale middelen wegens de zeer strikte lockdown in Italië.
Tussen het begin van de eerste covid-19-golf in februari 2020 en midden juni 2020 werden 52.072 serologische tests uitgevoerd bij 30.286 bewoners van de stad Modena, van wie 1,6% hiv-geïnfecteerd was. De serologische tests voor SARS-CoV-2 waren positief bij 3,4% van de hiv-geïnfecteerde patiënten en 5,2% van de seronegatieve mensen. Het verschil was niet statistisch significant (p = 0,072).
Bij multivariate analyse correleerden de leeftijd en een andere nationaliteit met een hoger percentage positieve serologische SARS-CoV-2-tests en de hiv-status niet. Virologische blips van minder dan 1.000 kopieën/ml (tussen 41 en 225 kopieën) werden waargenomen bij 3,7% van de hiv-geïnfecteerde patiënten die een antiretrovirale behandeling kregen. Bij geen enkele van de patiënten met een virale blip was de covid-19-test positief.
Die gegevens stroken met de gegevens die werden verzameld in andere Europese landen: de frequentie van SARS-CoV-2-infectie is even hoog bij hiv-geïnfecteerde patiënten als bij seronegatieve mensen, maar de lockdown heeft sterke invloed op de therapietrouw ten aanzien van de antiretrovirale behandeling. Dat blijkt uit de virale blips die tijdens die gecompliceerde periode werden vastgesteld.
Ref.: Cuomo G. et al. P134, HIV Glasgow 2020.